Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

WRR slaat de plank helemaal mis

Marcel Tak verbaast zich over de aanbevelingen van de WRR in hun rapport Geld en schuld. "Het is voor het merendeel overbodige papierverspilling met enkele ondoordachte aanbevelingen, rijp voor de oudejaarsconference van Claudia de Breij."

Met grote belangstelling keek ik onlangs naar DWWD, waarin de bekende monetair econoom George van Houts werd geïnterviewd. Na zijn spectaculaire ontdekking, enkele jaren geleden, dat het bankwezen uit het niets geld schept, sinds Einstein heeft de wetenschap geen grotere schok ondergaan, lonkt de Nobelprijs.

De veelzijdige Van Houts, naast zijn reguliere werk schijnt de econoom ook een verdienstelijk toneelspeler te zijn, legde aan bewonderaar Matthijs van Nieuwkerk nog eens zijn monetaire visie uit.

Matthijs, zijn leven lang al een succesvolle geldschepper, complimenteerde van Houts met het feit dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn ideeën heeft overgenomen.

Revolutionaire kijk

De altijd bescheiden van Houts corrigeerde de presentator en gaf aan dat juist de kern van zijn visie niet door de WRR is geadopteerd. Teleurstelling was er niet bij de toneeleconoom, want de eerste stap was gezet.

Het adviesorgaan gaf van Houts namelijk wel gelijk dat het huidige systeem tekortschiet en met de suggestie van een op te richten staatsbank was hij al heel blij.

Natuurlijk heb ik het betreffende WRR-rapport, Geld en schuld, de publieke rol van de banken, onmiddellijk bekeken. WRR bedankt allereerst van Houts voor zijn revolutionaire kijk op het monetaire systeem, want daardoor kan de Raad weer eens een mooi onderzoek doen waar niemand op zit te wachten.

Aanbevelingen WRR

Toegegeven, in het rapport wordt dat iets anders geformuleerd: “Het is de verdienste van het burgerinitiatief Ons Geld dat het fundamentele vragen rond geld en schuld op de maatschappelijke en politieke agenda heeft gezet.”

Wat zijn de aanbevelingen die de Raad na zijn gedegen onderzoek trekt? Ik loop ze met u door.

  1. Er moet meer diversiteit in de financiële sector komen. Op dit moment zijn er feitelijk maar drie grote financiële instellingen (ING, ABN Amro en Rabo). De oplossing die de WRR hiervoor geeft, is het creëren van een (publiek verankerde) bank die zich alleen met sparen en betalen bezighoudt. In feite betekent dit dat het bij deze bank gestalde spaargeld niet productief wordt gebruikt en zal worden uitgezet bij de ECB. Naast het feit dat de WRR hiermee pleit voor directe welvaartsvermindering, is de consequentie daarvan dat in de huidige situatie de staatsbank een (flinke) negatieve rente op het spaargeld moet uitkeren. Dat zal tot weinig belangstelling bij de potentiele spaarders leiden. De druk op de overheid om deze staatsbank te subsidiëren, zodat negatieve rentes worden vermeden, zal groot zijn. Dat kost een vermogen aan belastinggeld (bij 100 miljard spaargeld, zeker 0,4 miljard euro per jaar) en leidt tot oneerlijke concurrentie. Het idee dat het bankwezen de belastingbetaler geen geld meer mag kosten, zou daarmee gelijk om zeep zijn geholpen. Het pleidooi voor meer concurrentie is op zich natuurlijk uitstekend en de suggestie van WRR voor een lichter toezichtregime voor niet-systeem banken is een prima idee. Ik zou die suggestie trouwens overnemen voor de gehele financiële sector. De regelgeving is nu zodanig, dat de AFM erin slaagt het nieuwe initiatieven in de financiële sector zo moeilijk te maken. Door de te strenge en soms overbodige regelgeving wordt concurrentie effectief tegengegaan. Overigens zal meer concurrentie ertoe kunnen leiden dat juist meer krediet wordt gegeven. Immers, het leidt tot lagere kosten en lagere (rente)tarieven en daardoor (nog) meer vraag naar krediet.

  2. Daarmee komen we op de tweede aanbeveling van de WRR, en dat is het temmen van de overmatige schuldgroei. De WRR stelt vast dat er extra inspanningen nodig zijn, want de (private) schulden zijn nu hoger dan voor de crisis. Tja, dat krijg je met een rente die in veel gevallen nauwelijks boven het vriespunt ligt. Met dank aan het ECB-beleid. WRR constateert terecht dat de lage rente tot meer schulden heeft geleid en geeft aan dat het monetaire beleid hier meer rekening mee moet houden. Er is niets mis met deze vaststelling, maar ik zie in het rapport weer die vreselijk omfloerste, en daardoor in dit geval inconsequente, wijze waarop één en ander geformuleerd wordt. Eerst meldt de WRR dat “het onduidelijk is in hoeverre de financiële stabiliteitsrisico’s (…) (van het monetaire beleid) zijn meegenomen in de afweging. Een paar zinnen later is het voor de WRR ineens volstrekt duidelijk dat dit niet gebeurt, want dan wordt gesteld: “Kortom, het is van belang dat monetaire beleidsmakers hun smalle focus op inflatie van consumentenprijzen verbreden en meer aandacht besteden aan stabiliteitsrisico’s van inflatie van financiële bezittingen (zoals huizen en aandelen).”

  3. De derde aanbeveling van WRR lijkt vooral voor Claudia de Breij bedoeld om haar komende oudejaarsconference humoristische munitie te geven. In haar vorige conference maakte ze gehakt van een overheidsfolder inzake het hitteplan. Dit jaar kan zij de derde aanbeveling van het WRR-rapport behandelen: “wees beter voorbereid op de volgende crisis”. Wat verstaat de Raad hieronder? “Het is belangrijk om beter voorbereid te zijn op de volgende crisis.” Zo, het is maar dat we het allemaal weten. Maar dan de concrete suggestie van WRR dat “in een crisis tijdig verlies wordt genomen om zo ruimte te maken voor herstel.” Wat een kamergeleerdenwijsheid! Geeft de Raad het sein als we in een crisis zitten en we onze assets moeten verkopen? Weet de Raad hoe de volgende crisis eruitziet? Welke assets verkocht moeten worden? Verder adviseert de Raad een algemene herkapitalisatie na een crisis. Dit lijkt mij geen beleid om voorbereid te zijn op een toekomstige crisis, maar heeft een hoog als het kalf verdronken is-gehalte.

  4. Tot slot wenst de Raad een betere verankering van de publieke dimensie in onze banken. De belangen van de samenleving dienen een steviger plaats te krijgen, bijvoorbeeld door een maatschappelijk adviesraad binnen de bank. Ik vind dit een rare oplossing. Bepaalt die adviesraad wat de maatschappelijke belangen zijn? Ik denk dat de politiek de maatschappelijke belangen bepaalt en daarvoor wet- en regelgeving opstelt. Waarom moeten de algemene belangen meer en meer buiten het democratische proces worden geplaatst? Bovendien, we kunnen constateren dat de maatschappij al een grote invloed heeft op het beleid van de banken, gezien de reactie van ABN Amro en ING op de aanvankelijk voorgestelde beloningen en bonussen.

In het WRR-rapport staan echt wel een paar goede zaken, maar is voor het merendeel overbodige papierverspilling met enkele ondoordachte aanbevelingen. In de samenstelling van de WRR zie ik nog niet de naam van topeconoom van Houts. Hij zou er zo in kunnen plaatsnemen.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Pensioen