Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

De passieve Index 20+ loopt binnen

De rollen zijn dit jaar omgedraaid. De passieve Index 20+ van Marcel Tak doet het beter dan de actieve IEXFonds 40. Marcel Tak legt uit wat hij goed doet.

“Marcel Tak zal op deze plek binnenkort ons wel de oren wassen. Hij is verantwoordelijk voor de samenstelling van de Index20+…”

Het is niet mijn gewoonte een column te beginnen met het memoreren van mijn eigen naam. Maar dit citaat uit de meeste recente column van de IEXProfs-redactie over de prestatie van de IEXFonds 40 ten opzichte van IEX Index 20+, is mooi genoeg om het, al is het maar voor even, aan de vergetelheid te onttrekken.

Want ja redactie, zet jullie je maar schrap. Een vol jaar lang (2017), en ook nog het eerste kwartaal van 2018, moest ik lijdzaam (je bent passieve belegger of je bent het niet) toezien dat Fonds 40 beter presteerde dan mijn Index 20+.

Actief versus passief

Actief = paarse lijn, passief = oranje lijn

Kaarten liggen anders

Om uw geheugen nog even op te frissen, IEXFonds 40 is een verzameling actieve top beleggingsfondsen, die door IEX jaarlijks op basis van strenge criteria wordt samengesteld. Mijn taak is met minimaal twintig passieve indexfondsen een afspiegeling van de regionale en sectorale verdeling van Fonds 40 te fabriceren. Op deze wijze kunnen we in de praktijk volgen of actief beleggen (IEXFonds 40) loont ten opzichte van passief beleggen (Index 20+).

Deze al vanaf 2012 voortdurende strijd liep voor Index 20+ crescendo, tot in 2017 zich een omslag manifesteerde. IEXFonds 40 versloeg Index 20+ met zoveel boter en suiker, dat zelfs de voorsprong die was opgebouwd vanaf 2012 verloren leek te gaan.

Dat gebeurde net niet, maar in februari van het jaar kwam het er toch van. De Fonds 40 stond toen, gerekend vanaf 2012, op een beter rendement dan Index 20+. Maar de verandering van het sentiment op de financiële markten lijkt de redder van de passieve belegger te worden in deze tweestrijd. Presteerde in maart van dit jaar IEX Fonds 40 nog meer dan 2% beter dan Index 20+, momenteel liggen de kaarten geheel anders.

Draai in prestaties

Per 1 december staat mijn actieve tegenstander op een year-to-date verlies van -3,93%. Index 20+ moet dit jaar ook terrein prijsgeven, maar houdt de schade beperkt tot -1,34%. Van ruim 2% achterstand tot 2,6% voorsprong betekent dat de passieve index in een half jaar tijd zo’n 5% beter presteerde dan IEXFonds 40.

Sinds 2012 staat passief weer op een voorsprong van circa 4%. De draai in relatieve prestaties dit jaar is opmerkelijk, want de mainstream gedachte is dat de actieve beleggers juist onder moeilijke omstandigheden beter presteren de passieve beleggers.

Nu is 2018 (nog) niet een dramatisch beleggingsjaar, maar erg lekker zijn de marktomstandigheden ook niet. De meeste beleggers zullen tot nu toe op verlies staan. Juist onder deze omstandigheden heeft Index 20+ zijn, relatief ten opzichte van passief, beste prestatie achter de rug.

Waar slachtveld

Het is aardig om te bekijken welke sectoren er verantwoordelijk zijn voor deze prestatie en welke sectoren het relatieve verlies van IEXFonds 40 nog enigszins hebben weten te beteugelen. Ik begin uiteraard met de passieve outperformers.

De keuze is moeilijk om er een paar uit te lichten, want het is een waar slachtveld. Het meest opvallend is de enorme outperformance van de beide Think ETF’s op respectievelijk de grote AEX en kleine AMX. Het negatieve resultaat van -6,37% is natuurlijk niet om vrolijk van te worden.

Maar vergeleken met Kempen Orange (-13,78%) en Teslin Participaties (-19,55%) zijn de passieve fondsen met vlag en wimpel (de boter en suiker zijn op) de relatieve winnaar (10,29% outperformance) in de categorie Nederlandse aandelen geworden.

Sterke dollar

Bijna net zo indrukwekkend is de outperformance in de categorie total return. Vorig jaar liet mijn IQ Real Return ETF het nog flink afweten, maar dit jaar werd een mooi resultaat geboekt van +6,12%. Toegegeven, de mooie prestatie kwam voor dit Amerikaanse fonds bijna geheel op conto van de sterke dollar ten opzichte van de euro.

Maar er zijn ook tijden geweest dat dit in het nadeel werkte. De twee actieve total returners, JPM Global Macro Opportunities en Nordea 1 Stable Return kwamen niet verder dan een negatieve score van -3,33%.

Het passieve feestje verplaatst zich nu naar aandelen grondstoffen waar een outperformance werd gerealiseerd van 6,47%. De iShares Gold Producers ETF en de Lyxor MSCI World Materials ETF verloren 10,62%. Niet prettig, maar de actieve tegenhangers lieten -17,09% aan rendement liggen.

Amerikaanse aandelen springen eruit

Daarbij was vooral het verlies van -25,14% op naam van BGF World Gold opvallend. Ik permitteer mij nog een laatste passieve winnaar te noemen. Dat is de categorie obligaties wereldwijd. De twee actieve fondsen (Carmignac Unconstrained Global Bond en SLI Global Corporate Bond) slaagden er niet in een plus te produceren, al was het negatieve resultaat beperkt (-0,14%).

De Xtrackers II Global Aggregate Bond Swap ETF zette tot en met oktober van dit jaar een mooie plus van 5,81% op de borden. Om te voorkomen dat onze actieve vrienden afhaken, besteed ik natuurlijk ook aandacht aan de actieve outperformers.

Eén sector springt er uit, en dat zijn de aandelen genoteerd in de VS. Dat is een grote verrassing, want de gedachte is dat actieve fondsen in sterk ontwikkelde fondsen moeite zullen hebben de index te verslaan.

Gehakt maken

Vanguard US Opportunities (+7,75%) en vooral Morgan Stanley US Growth (+20,76%) maken gehakt van mijn twee VS fondsen (S&P500 en Nasdaq-100), die gemiddeld een resultaat van +4,89% neerzetten.

Het echte hoogtepunt hebben we dan wel zo’n beetje gehad voor actief. Hoewel de 3,78% outperformance van de vastgoed Europa-fondsen er natuurlijk ook wel mag wezen.

DPAM Invest Real Estate Europe moest weliswaar een negatief resultaat incasseren (-1,98%), Janus Henderson HF Pan European Prop Eqs wist er een plus (+0,27%) uit te peuren.

Verschil is rechtgetrokken

De passieve tegenhanger (Think Global Real Estate) bleef met -4,64% flink achter bij de -0,86% van de twee actieve fondsen. De derde actieve outperformers vinden we in de categorie obligaties opkomende landen. Candriam Bonds Emerging Markets en Pictet-Global Emerging Debt verloren gemiddeld -1,15%.

Dat is heel wat minder slecht dan de -4,36% die de Amundi ETF Global Emerging Market iBoxx moest prijsgeven. Mijn conclusie is dat de zaken tussen passief en actief weer zijn rechtgetrokken. Ben ik verrast? Misschien enigszins, omdat juist onder minder goede omstandigheden de passieve opmars gestalte kreeg.

Aan de andere kant, hoe eindigde ik mijn vorige column over de battle toen ik nog aankeek tegen een schijnbaar hopeloze achterstand? "Ik ga er vanuit dat bij het volgende overzicht de rollen weer zijn omgedraaid..."

En zo is geschied. Lekker dat ik daar als passieve belegger niets voor heb hoeven doen!

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Dutch Investment Influential 2018