Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Bescherming voor productuitgevers, niet voor beleggers

PRIIP-verordeningen hebben enorme consequenties voor beleggers. De maatregelen van AFM en haar buitenlandse collegae zouden bescherming moeten bieden aan beleggers, maar in feite zijn de regels in het belang van de uitgevers van beleggingsproducten, aldus Marcel Tak.

Het is niet de eerste keer dat ik er aandacht aan besteed en het zal ook niet voor het laatst zijn. Sinds begin van dit jaar hebben de toezichthouders maatregelen genomen die het belang van veel beleggers ernstig schaden.

Verpakte beleggingsproducten, zoals ETF’s en structured notes, mogen vanaf 1 januari uitsluitend worden aangeboden als een door de EU goedgekeurd Essentiële Informatie Document (EID) beschikbaar is.

Bovendien moet, en dat is een maatregel die de AFM niet had hoeven invoeren, maar dat wel heeft gedaan, het EID in de lokale taal zijn opgesteld. Deze zogenoemde PRIIP (Packaged Retail and Insurance-based Investment Product)-verordeningen hebben enorme consequenties voor beleggers.

Schuurt met de waarheid

Veel van de genoemde producten, waarin beleggers in het verleden naar tevredenheid positie hebben genomen, zijn voor hen nu niet meer beschikbaar. Consumenten en media vragen zich al enige tijd af waarom bepaalde verpakte beleggingsproducten, zoals Amerikaanse ETF’s, niet meer beschikbaar zijn voor Nederlandse consumenten, zo meldt de AFM op zijn website.

In een blogje legt de toezichthouder uit dat dit komt omdat de aanbieders van deze producten niet een door de EU goedgekeurd EID hebben. Dit antwoord schuurt een beetje met de waarheid. De AFM doet het voorkomen dat als de Amerikaanse aanbieders van ETF’s een EID maken conform de EU-eisen, de betreffende ETF’s wel weer beschikbaar komen.

Dat is echter onwaarschijnlijk. Het is zeker mogelijk dat de uitgevers besluiten om voor hun Amerikaanse producten een EU-proof EID op te stellen, maar dat zal zeker niet in de Nederlandse taal gebeuren. In dat geval zullen de indexfondsen nog steeds niet in de schappen van de brokers liggen.

Beleggers op kosten gejaagd

Daarnaast klopt de constatering van de AFM niet dat het niet beschikbaar zijn van een goedgekeurde EID het probleem is als het gaat om de vele (gestructureerde) producten die in andere EU-landen worden verhandeld. Deze producten hebben wel degelijk een EID, maar zijn niet te koop, omdat het document niet in de Nederlandse taal is opgesteld.

De maatregelen van de toezichthouders zijn ongehoord. Maatregelen van de AFM en haar buitenlandse collegae zouden bescherming moeten bieden aan beleggers, maar in feite zijn de nu getroffen regels in het belang van de uitgevers van verpakte beleggingsproducten.

Ik geef een voorbeeld van hoe beleggers door de toezichthouder op kosten worden gejaagd. Beleggers die een positie in de S&P500 willen, kunnen kiezen voor de iShares Core S&P500 ETF. De officiële kosten zijn met 0,07% mooi laag. Maar het kan lager. De Amerikaanse variant van deze ETF heeft een officiële kostenfactor van 0,04%.

Verschil in rendement 

Dat is bijna de helft ten opzichte van de door de EU goedgekeurde ETF. Natuurlijk is het absolute verschil met 0,03% klein. Maar in werkelijkheid is de belegger in de Amerikaanse ETF veel beter af dan het kleine voordeel van 0,03% suggereert. Deze officiële ­kosten ­(TER)­ geven namelijk­ niet­ de ­werkelijke kostenverschillen ­tussen ­beide­ ETF’s ­weer.

­Om­ de ­werkelijke ­verschillen ­te ­beoordelen kijk ­ik ­naar ­de­ gerealiseerde resultaten ­over ­de­ afgelopen jaren.­ Onderstaande tabel maakt­ duidelijk ­dat ­de ­werkelijke ­kosten verschillen ­veel groter ­zijn ­dan ­de ­officiële.

De ­iShares-ETF ­voor ­EU-beleggers ­heeft­ de ­afgelopen vijf ­kalenderjaren ­gemiddeld 0,42% ­minder ­rendement ­behaald ­dan de ­Amerikaanse variant­ waarin ­Nederlandse beleggers dus ­niet ­mogen­ handelen.­

JaariShares S&P 500 (EU)iShares S&P 500 (VS)Verschil
2013 31,72% 32,31% 0,59%
2014 13,24% 13,64% 0,40%
2015 0,99% 1,34% 0,35%
2016 11,54% 11,90% 0,36%
2017 21,40% 21,79% 0,39%
Gemiddeld  15,78% 16,20% 0,42%

Drie miljard per jaar 

Dat­ verschil ­is ­veel ­groter dan ­de ­officiële ­kosten­ aangeven ­en ­heeft­ te ­maken­ met ­het feit ­dat ­de ­Amerikaanse­ ETF (kennelijk) ­veel ­efficiënter ­beheerd­ kan­ worden.­ Dat ­is ­niet verwonderlijk, ­want ­met ­een omvang ­van ­156 ­miljard ­dollar is ­de Amerikaanse­ ETF ­veel groter ­dan­ de­ 30 ­miljard ­dollar ­van ­de ­Europese­ ETF.

­Het grote ­verschil­ in ­rendement laat ­zich­ nog­ duidelijker ­zien als ­we ­het ­percentage ­omrekenen ­in ­absolute­ bedragen. De totale ­markt ­van ­Europese ETF’s­ is ­circa ­700­ miljard ­euro groot.

­Als ­het ­beleid ­van ­de toezichthouders ­erop ­gericht is Europese ­beleggers ­uitsluitend ­in ­Europese­ ETF’s ­te­ laten ­beleggen, ­en­ gemiddeld­ is het ­rendement ­op ­deze ­ETF’s 0,38%­ per jaar ­lager, ­dan ­is ­met dit ­beleid ­bijna ­drie ­miljard euro­ in ­het ­geding.­ Jaar ­in jaar ­uit.­

Een kapitaaltje

Of­ anders ­berekend: stel ­de ­belegger ­heeft ­100.000 euro ­beschikbaar ­en ­is ­verplicht ­te ­kiezen ­voor ­Europese ETF’s. Veronderstel ­voorts een ­gemiddeld­ nettorendement ­op ­deze ­Europese­ ETF’s in ­de ­komende ­20 ­jaar ­van­ 6% per ­jaar.

­Dat ­betekent ­na ­deze periode­ een­ eindbedrag ­van 320.700­ euro. ­De ­Amerikaanse ETF’s ­zouden­ in ­dat ­geval, ­met een ­0,42%­ hoger rendement, uit komen ­op ­een ­eindbedrag van ­347.100 ­euro, ­een ­verschil van­ 8,2%. ­De ­maatregelen­ van de ­toezichthouders­ kosten  Europese­ beleggers ­letterlijk een­ kapitaaltje.

In ­een ­optimaal­ werkende markt­ zou ­u ­verwachten ­dat de­ Europese ­kosten ­zullen ­dalen­ naar­ het ­Amerikaanse niveau. ­Het ­is ­maar ­de vraag of ­dat ­zal ­gebeuren.­ Ten eerste ­is ­de ­omvang ­van ­de Amerikaanse ­markt ­groter.

Efficiënt beheer

Dat ­b­etekent ­dat ­het ­beheer van ­ETF’s­ goedkoper­ is. Juist ­dat ­efficiëntere ­beheer zorgt­ ervoor ­dat ­het­ verschil in ­(werkelijke) ­kosten tussen EU- ­en ­VS-ETF’s ­zo ­groot ­is. Ook ­het ­verschil­ in ­beheerkosten ­is ­niet ­zomaar­ verdwenen.

Omdat ­de ­EU-belegger ­niet (meer) ­voor ­de ­Amerikaanse variant ­kan ­kiezen,­ is ­het ­voor uitgevers ­mogelijk­ de ­verschillen ­nog ­lang ­in stand ­te houden.­ Dat­ is ­lucratief ­voor hen.

­Bij ­een ­verschil­ van ­0,03% betekent ­dat ­op ­een ­­total­e Europese­ ETF-markt ­van 700 miljard­ euro­ ruim­ 200 miljoen ­euro. ­Jaarlijks!

Klantbelang staat niet centraal

De ­toezichthouders ­eisen ­van de­ banken ­dat ­het ­klantbelang ­centraal­ wordt ­gesteld, maar ­ze­ geven­ daarbij ­niet ­het goede­ voorbeeld. ­In het ­meest extreme ­geval­ wordt­ de ­Europese­ belegger­ 2,5­ miljard ­euro rendement­ ontzegd.­

Daarentegen ­geven ­de­ toezichthouders ­de ­uitgevende ­instellingen ­honderden­ miljoenen ­aan beheerkosten ­cadeau,­ omdat ­bewust­ de concurrentie in ­E­uropa­ op­ de ­ETF-markt wordt ­verminderd.

­Zoals ­ik ­al eens ­eerder­ stelde,­ vraag ­ik mij ­af ­of ­dit ­beleid­ van­ de ­toezichthouder ­een ­gerechtelijke toets ­zou­ kunnen ­doorstaan. Er ­ligt hier ­een ­mooie ­taak voor ­de ­Vereniging ­van ­Effectenbezitters ­om ­de ­toezichthouders ­tot ­de­ orde­ te­ roepen.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Fintech