Column

Doorgeefcolumn: Lage rentes, voor nu en/of voor de eeuwigheid?

Chris Figee, Chief Financial Officer van a.s.r. neemt het stokje van de doorgeefcolumn over van David Sanderse, CEO van Mercer Nederland. Hij trekt een vergelijking tussen de zomer van 1988 en die van 2018.

Zomer 1988. De Nederlandse economie is zo’n zes jaar herstellende van een diepe crisis. De economische groei bedraagt rond 4%, de werkloosheid is gedaald van een piekniveau van ruim 8% in 1983 naar 6% nu.

De inflatiedruk neemt voor het eerst sinds jaren weer toe en ligt rond 1%. De rente op 10-jaars Nederlandse staatsobligaties bedraagt 6,5%. PSV wordt landskampioen voetbal en het Nederlands elftal wint het EK in Duitsland.

Zomer 2018. De Nederlandse economie is inmiddels zo’n zes jaar herstellende van een diepe crisis. De economische groei bedraagt rond 3%, de werkloosheid is gedaald van een piekniveau van bijna 8% in 2014 naar 4% nu.

Lagere rentes dan vroeger

De inflatiedruk neemt voor het eerst sinds jaren weer toe, en ligt rond 2%. De rente op 10-jaars Nederlandse staatsobligaties bedraagt... minder dan 1%.

De 6,5%-lange rente van toen lijkt goed verklaarbaar, gezien de gunstige ontwikkeling van de economische groei en de oplopende inflatie op dat moment. Is de lage lange rente nu ook verklaarbaar?

Afgezien van de ogenschijnlijke overeenkomsten tussen de economi-sche omstandigheden eind jaren 80 en nu zijn er verschillen die de hui-dige lage rente helpen verklaren. Structurele factoren, zoals een verouderende bevolking, globalisering en de impact van technologie, werken deflatoir en pleiten voor blijvend lagere lange rentes dan vroeger.

Eind in zicht

Een groot verschil met 30 jaar geleden is ook het monetaire beleid. In de zomer van 1988 lag de Nederlandse basisrente, zoals vastgesteld door DNB, op 4,5%. Een jaar later was die zelfs opgelopen tot 8%.

Nu is de basisrente in de eurozone al ruim twee jaar stabiel op 0%. Daar komt de rentedrukkende impact van QE bij. Gezien de gunstige economische ontwikkelingen en verwachtingen is het best mogelijk dat hierin verandering komt. Zoals het er nu naar uitziet, wordt QE per ultimo 2018 beëindigd.

In de loop van 2019 zal een eerste renteverhoging volgen. Het tempo van renteverhogingen zal ongetwijfeld lager blijven dan eind jaren 80, maar een einde aan de zero interest rate policy is in zicht. Daarmee neemt de kans ook toe dat lange rentes gaan oplopen.

VS gaat ons voor

Voor financiële markten (afgezien van staatsobligaties) hoeven hogere rentes niet per se een probleem te zijn, zolang de economische ontwikkeling hogere rentes ook kan dragen. Voor vergelijkingsmateriaal hoeven we niet 30 jaar terug in de tijd. In deze cyclus zijn de VS ons namelijk, zoals vaker, al voorgegaan.

De Fed kondigde al in 2014 het einde van het Amerikaanse opkoopprogramma aan en begon eind 2015 de rente te verhogen. De basisrente in de VS is nu 2%. Intussen is de Amerikaanse 10-jaars rente opgelopen tot 3%.

Financiële markten hebben hier tot nu toe niet merkbaar onder te lijden gehad. Wel is voorzichtigheid geboden, gezien de hoge leverage van bedrijven en bijvoorbeeld de hoge waardering van aandelen na jaren van search for yield. Een belangrijk fenomeen is daarmee dat de rente eigenlijk al 20 jaar aan het dalen is.

Voor mij geldt dat ik mijn hele werkzame leven nog nooit een rentestijging heb meegemaakt, ook al werk ik al meer dan 23 jaar in de financiële sector. Zijn er nog mensen in onze sector die zich kunnen herinneren hoe het is om te beleggen in een tijd van stijgende rentes?


Chris Figee geeft het stokje van de column graag door aan Hein Brans, directeur Asset Management van MN Services. 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

De impact van het coronavirus