Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

De kunst van het beleggen in obligatie-ETF's

Grote kans dat ook obligatie-ETF’s populair gaan worden. Marcel Tak hoopt dat alle toekomstige beleggers in deze ETF’s de complexiteit van een passief obligatiefonds weten te doorgronden om zo vermijdbare teleurstellingen te voorkomen. Speciaal voor hen heeft hij een heldere checklist samengesteld.

De enorme groei van de ETF markt zal de komende jaren voortduren, zo is de algemene verwachting. Momenteel vormen aandelen-ETF’s nog de grote meerderheid, maar dat zal niet lang meer duren. Volgens JP Morgan is er veel ruimte voor groei van obligatie-ETF’s, die bij de actieve fondsen al wel de meerderheid vormen.
De mogelijk toenemende populariteit van de obligatie ETF lijkt te worden bevestigd door recent onderzoek van Amundi. Volgens de Franse vermogensbeheerder was de instroom van obligatie-ETF’s in juni ruim 7 miljard euro, terwijl er per saldo sprake was van een uitstroom uit aandelen-ETF’s van een half miljard.

De (verwachte) toenemende populariteit van obligatiefondsen is opmerkelijk. Veel analisten denken dat de rente de komende jaren (verder) zal stijgen. Dat doet in het algemeen de obligaties geen goed. Een rentestijging betekent een daling van de obligatiekoersen. Onder die omstandigheden lijken obligaties geen ideale belegging. Als je al obligaties in portefeuille wilt hebben, dan toch liever op een actief gemanagede wijze. Immers, de actieve manager zou, als het goed is, moeten kunnen inspelen op de dreigende rentestijging met negatieve consequenties voor veel obligaties.

Toch instappen

Maar er zijn toch argumenten waarom obligaties in passieve-ETF’s populairder kunnen worden. Zo kunnen beleggers kiezen voor ETF’s die een index van kortlopende obligaties volgen. Natuurlijk is de rente op deze obligaties laag (of zelfs negatief), maar ze hebben relatief weinig te lijden indien de rente gaat stijgen. Kortlopende obligaties kunnen gebruikt worden om op een relatief veilige manier af te wachten hoe de aandelen- en obligatiemarkten zich verder ontwikkelen.
Daarnaast kan er ook belangstelling zijn voor Amerikaanse obligaties, die al een flinke rentestijging hebben doorgemaakt. Beleggers kunnen rendementen van bijna 3% interessant vinden om positie in te nemen.

Wat de reden voor de mogelijk toenemende populariteit van obligatie-ETF’s ook is, hopelijk leidt het niet tot teleurstellingen bij beleggers over het uiteindelijke resultaat. Bij aandelen is het te verwachten resultaat simpel. Als bedrijven het goed doen en de koersen stijgen, wordt er winst gemaakt. Dalen de koersen, om welke reden dan ook, dan is er verlies. Dat wordt hoogstens (deels) gecompenseerd door het dividendrendement.

Checklist

Een belegging in een obligatie ETF is in veel opzichten gecompliceerder. Hier moet de obligatie ETF belegger in spé goed op letten.

1. Een ETF die zicht richt op 10-jaars obligaties is anders dan een belegging in een 10-jarige obligatie

Een ETF die een index volgt waarin uitsluitend 10-jarige leningen zijn opgenomen, heeft een continue blootstelling aan leningen met deze looptijd. Dat betekent een ander risico dan dat een individuele 10-jarige obligatie wordt gekocht, waarvan de resterende looptijd jaarlijks kleiner wordt (tot nul jaar na tien jaar).

In een tijd van oplopende rentetarieven zal een 10-jaars ETF een slechter resultaat behalen dan een enkelvoudige belegging in een 10-jarige lening. Als in de komende vijf jaar de 10-jaars rente jaarlijks met 1% stijgt, zal een enkelvoudige obligatie circa 22% verlies lijden. Voor een ETF met een 10-jarige obligatie-index als onderliggende waarde, zal het verlies een kleine 10% meer zijn.

2. De duration van de ETF

Hoe langer de looptijd van een obligatie, hoe sterker de koersreactie bij een rentestijging. Om vooraf te weten hoe groot het effect is, wordt bij obligaties het begrip duration gehanteerd. De duration is de gemiddelde terugverdientijd van de investering. Een obligatie met een 0% coupon en een looptijd van 10 jaar heeft een duration van 10. Een duration van 10 betekent dat als de rente met 1% stijgt, de obligatie met 10% in waarde daalt. Hoe hoger de coupon, hoe lager de duration. Uitgevers van ETF’s geven doorgaans de duration van de onderliggende index. Let daar goed op om het renterisico van de ETF te bepalen.

3. Het debiteurenrisico

Het debiteurenrisico is uiteraard een belangrijk aspect voor obligatiebeleggers. Hoe hoger het risico, hoe hoger het potentiële rendement. Het voordeel van een obligatie-ETF is de debiteurenspreiding, die verkregen wordt door het groot aantal obligaties in de index.

Echter, niet voor alle ETF’s geldt een zo grote spreiding als op grond van de naam mag worden verwacht. Neem bijvoorbeeld de Lyxor Eurozone Inflation-Linked Bond ETF. De naamgeving suggereert een brede spreiding van inflatieobligaties over de eurozone, maar in feite heeft bijna de helft van de obligaties Frankrijk als debiteur. Italiaanse obligaties maken 30% van de index uit, en Spaanse nog eens 10%. Deze eenzijdige verdeling hoeft geen probleem te zijn, maar de belegger moet wel op de hoogte zijn van dit niet evenwichtige debiteurenrisico.

4. Risicometer

De belegger kan het risico van een obligatie-ETF beoordelen aan de hand van de feitelijke duration of van het debiteurenrisico, maar kan zich ook richten op de door de AFM verplicht gestelde risicometer. Eenvoudig is op de schaal van 1 tot en met 7 het risico van de ETF in te schatten.

Stel u verwacht een rentestijging, dus u belegt zo kort mogelijk. De iShares Euro Government Bond 0-1 ETF lijkt een goede optie, en volgens de risicometer heeft deze ETF het laagste risico (1). De ETF bestaat echter voor 42% uit Italiaanse en Spaanse obligaties. De belegger moet voor zichzelf afwegen of de risicometer, die is gebaseerd op koersbeweeglijkheid in het verleden, in dit geval wel een goede indicator is voor het risicokarakter van deze ETF.

5. To hedge or not to hedge

Van veel indices die in niet-euro valuta luiden, zijn er hedged versies beschikbaar. Dat betekent dat het valutarisico van de index ten opzichte van de euro is afgedekt. De eurobelegger heeft dan geen last van bijvoorbeeld een dalende dollar, maar profiteert (natuurlijk) ook niet van een stijgende Amerikaanse munt.
Als het om obligatie-ETF’s gaat, moet de belegger zich goed realiseren dat een deel van het eventueel hogere rendement op niet-euro obligaties verloren gaat door de hedge. Als het korte renteverschil van EU obligaties met de VS bijvoorbeeld 2% is, dan levert de hedge index op voorhand 2% rendement in. Het voordeel van de hogere Amerikaanse rente gaat met de hedge direct verloren. Naast dit verlies zitten er vaak ook extra beheerkosten van de ETF aan het hedgen verbonden.

6. Kosten soms hoger dan effectief rendement

Door de lage rente moeten beleggers er rekening mee houden dat voor sommige ETF’s de te maken kosten hoger zijn dan het effectieve rendement van de ETF. Om nog even bij het voorbeeld van iShares Euro Government Bond 0-1 ETF te blijven. Deze ETF, die uitsluitend is opgebouwd uit kortlopende obligaties, heeft momenteel een gemiddeld effectief rendement van +0,04%. De Total Expense Ratio van de ETF ligt daar met 0,20% duidelijk boven. De werkelijke kosten zijn met 0,22% per jaar, berekend over de laatste twee kalenderjaren, zelfs nog iets hoger.

Het lijkt uitgesloten dat beleggers de komende tijd, met 40% aan verhoogd risico obligaties (Italië en Spanje), enig rendement tegemoet kunnen zien. Over 2018 zal deze ETF (waarschijnlijk) voor het vierde jaar op rij een negatief rendement moeten incasseren.

Zonder vermijdbare teleurstellingen

Obligatie ETF’s worden volgens verwachting populair de komende jaren. Het is te hopen dat de nieuwe beleggers in deze ETF’s goed de complexiteit van een passief obligatiefonds doorgronden en de toenemende populariteit geen opmaat is voor grote toekomstige problemen. De belegger die rekening houdt met bovenstaande zes punten, voorkomt in ieder geval vermijdbare teleurstellingen.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Pensioen