Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

ETF-markt: groeien zonder bloeien?

Marcel Tak: "Ik gun beleggers een flink en groeiend aantal ETF’s met veel toegevoegde waarde. Maar ik ben bang dat beleggers steeds beter moeten opletten of de fondsen wel of niet voor hen van nut zijn."

Onlangs verschenen twee artikelen op IEXProfs die aardig de spagaat weergaven waarin de ETF-markt zich bevindt. Het eerste artikel meldde dat JP Morgan een plek probeert te verwerven op de nog steeds sterk groeiende markt van passief beleggen.

De Amerikaanse bank en vermogensbeheerder vindt het nog niet te laat, want “er is nog een markt te winnen.” De totale omvang van de markt van indexfondsen is circa 4.800 miljard dollar.

Met name de Europese markt heeft nog een flinke achterstand op de Amerikaanse. JP Morgan denkt met name dat er mogelijkheden zijn voor obligatie-ETF’s en zeker ook voor passieve fondsen met actieve strategieën. De bank denkt dat de markt van ETF’s in 2030 ongeveer 30.000 miljard dollar groot zal zijn.

Saai imago

Het optimisme van de Amerikaanse vermogensbeheerder is juist de zorg van Bloomberg columnist Jared Dillian. In het tweede artikel dat te lezen is op IEXProfs, wordt aandacht geven aan zijn column.

Daarin wordt gesteld dat er steeds meer excessen plaatsvinden op de ETF-markt. Dillian heeft het zelfs over een groeiend aantal avonturiers en charlatans. ETF’s hebben het imago saai en voorspelbaar te zijn, maar in feite past dat beeld veel beter bij actieve fondsmanagers, die hard werken om aandelen te analyseren.

Juist op de ETF-markt komen steeds meer producten naar voren die niets met serieus beleggen te maken hebben, zoals de onlangs opgedoekte whiskey-ETF. Ook het feit dat Blackrock deze maand zestien ETF's heeft gesloten, duidt er op dat het niet helemaal goed zit met de markt van indexfondsen.

Negatieve gevolgen

Dillian heeft absoluut een goed punt. De ratio voor indexbeleggen is simpelweg de constatering dat actief beheer in het algemeen niet leidt tot betere beleggingsresultaten.

De meeste actieve fondsen blijven achter bij benchmarkindices. Omdat dit gegeven gemakkelijk is aan te tonen, is het succes van de indexfondsen niet verwonderlijk.

Zoals het ook geen verbazing wekt dat, in de slipstream van het succes van deze fondsen, er steeds meer aanbieders komen die onder de ETF-noemer allerlei, soms gevaarlijke, producten met in ieder geval weinig of geen toegevoegde waarde in de markt zetten. Natuurlijk doet dit geweld aan het oorspronkelijke idee van indexbeleggen. Dat kan negatieve gevolgen voor de hele ETF-markt hebben.

Zwakke fondsen schaden markt

Eén van de redenen voor het feit dat gemiddeld veel actieve fondsen slechter presteren ten opzichte van de benchmark, is dat er zoveel fondsen zijn ontstaan zonder enige toegevoegde waarde.

Deze “slechte” actieve fondsen dragen er mede toe bij dat gemiddeld de actieve fondsen (relatief) zo slecht presteren. Dat lot kan ook de ETF-markt te wachten staan.

Als er steeds meer zwakke fondsen ontstaan die alleen maar in de markt worden gezet ten behoeve van de uitgevende instelling schaadt dat de hele ETF-markt.

Regulier onderzoek

In de eerste plaats betreft het natuurlijk de beleggers in deze passieve fondsen, maar ook de goedwillende uitgevers hebben daar last van. Het zou een uitstekende zaak zijn als, net als bij actieve fondsen het geval is, er regulier onderzoek komt naar de relatieve prestaties van alle indexfondsen tezamen ten opzichte van de benchmarkindices.

Natuurlijk komt uit dat onderzoek naar voren dat de ETF’s altijd iets slechter presteren dan de indices vanwege de kosten. Maar als het onderzoek op reguliere basis plaatsvindt kan in de tijd het verloop van de prestatie (het verschil tussen bruto-indexrendement en fondsrendement) van de passieve fondsen worden gemeten.

In het artikel geeft Dillian verder aan dat ETF’s profiteren van de hardwerkende actieve fondsmanager die aandelen analyseert en koersdoelen stelt. “Je hebt mensen nodig die het niet zo spannende werk van de aandelenanalyse doen om ETF’s te laten glanzen."

Helemaal geen free lunch

Dat is dan wel weer een merkwaardige uitspraak van iemand die zegt de achterliggende argumentatie voor de populariteit van ETF’s te omarmen: de chronische underperformance van actieve fondsen. Het is juist aangetoond dat research voor de meeste actieve beheerders geen zin heeft en niet tot betere beleggingsresultaten leidt.

Hoe kan Dillian dan stellen dat ETF’s een free lunch hebben? Bovendien is het ook een onlogische constatering. Als research tot een aanbeveling tot koop of verkoop van specifieke aandelen leidt, profiteren ETF-beleggers daar juist niet van.

Zij houden de index aan in hetzelfde gewicht en verruilen niet het ene aandeel voor het andere. Dat is nu juist de belangrijkste reden waarom de passieve belegger veelal beter presteert dan de actieve.

Niet voor de belegger

Ondertussen gaat JP Morgan dus ook proberen een plaatsje onder de indexzon te veroveren. Dan ben ik het wel weer erg met Dillian eens dat het gevaar bestaat dat er veelsoortige fondsen in de markt worden gezet waar beleggers weinig aan hebben.

Dat is namelijk het kenmerk van een goed ontwikkelde ETF-markt. Er is maar plaats voor weinig fondsen en aanbieders, omdat er uiteindelijk maar een beperkt aantal indices zijn. Een groot aantal ETF’s op dezelfde benchmark zullen weinig toegevoegde waarde hebben. In principe zal het grootste fonds de laagste kosten hebben, waarmee het lot van de andere fondsen bezegeld is.

JP Morgan ziet toch ruimte voor toegevoegde waarde, met name op het gebied van obligatie-ETF’s en smart bèta-fondsen. Ik huiver. Smart bèta is maar al te vaak smart voor de uitgevende instelling en niet voor de belegger.

Veel toegevoegde waarde

Obligatie-ETF’s zijn er nog te weinig, volgens JP Morgan. Slechts een derde van de ETF’s bestaat uit obligatiefondsen, terwijl dit bij de actief beheerde fondsen twee derde is. Tja, dat lijkt weer zo’n gezocht argument.

Zou het niet kunnen dat juist de actieve markt een slechte indicatie is voor de toekomstige verhoudingen tussen aandelen en obligaties? Is de actieve markt van aandelen niet relatief klein ten opzichte van obligaties omdat daar een sanering heeft plaatsgevonden door de opkomst van (aandelen)indexfondsen.

En vooral: als de verhouding van aandelen en obligaties bij actieve fondsen bepalend is, betekent dit dan een enorme toekomstige terugval van de passieve aandelenfondsen?

Ik gun beleggers een flink en groeiend aantal ETF’s met veel toegevoegde waarde. Maar ik ben bang dat de belegger steeds meer oplettend zal moeten zijn of de fondsen wel of niet voor hen van nut zijn. Het is de taak voor de toezichthouders om zodanige informatie-eisen te stellen dat de belegger ook gemakkelijk kan inzien of het product voor hem werkelijke waarde heeft.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Duurzaam beleggen