Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Europa heeft een eigen leningeninstituut nodig

Nederland voldoet weer aan de Europese schuldennorm, maar andere landen omzeilen de regels. Ik pleit voor een Europees leningeninstituut.

We mogen onszelf feliciteren. Nederland voldoet weer aan de Europese schuldennorm. Ooit, in een ver verleden (1992), spraken de EU-landen met elkaar af dat de begrotingstekorten van de individuele landen niet meer dan 3% van het bbp zouden mogen bedragen.

Daarnaast zou de staatsschuld van een EU-land maximaal op de norm van 60% van datzelfde bbp dienen uit te komen. Het leek wel of de EU-landen er vervolgens een sport van maakten die regels te overtreden, met Frankrijk en Duitsland als dubieuze voorlopers met tekortoverschrijdingen in 2004 en 2005.

Het bleek de voorbode van veel financieel onheil, want door de kredietcrisis en de eurocrisis voldeden er vanaf 2008 nauwelijks nog landen aan de afgesproken norm.

Bbp is gestegen

Braaf jongetje Nederland komt nu als eerste van de landen met een te hoge schuld weer onder de afgesproken grens. Het CPB geeft aan dat de overheidsschuld aan het einde van het eerste kwartaal van dit jaar op 59,6% van het bbp is uitgekomen.

Volgens het Planbureau is de schulddaling als percentage gedaald door de verkoop van bezittingen en een overschot op de begroting. Ook het gestegen bbp speelde een rol.

Maar zijn felicitaties eigenlijk wel op zijn plaats? Hoewel de indruk vaak wordt gewekt dat de staatsschuld onder controle is gekomen door bezuinigingen, blijkt het tegendeel waar.

Staatschuld lager dankzij belastingen

Het zijn de veel hogere inkomsten (belastingen dus) die de staatsschuld naar het vereiste niveau hebben gebracht. Aan het begin van 2008, de vooravond van de kredietcrisis, lagen inkomsten en uitgaven van de overheid met respectievelijk 267 miljard euro en 266 miljard euro goed in evenwicht.

Aan het eind van het eerste kwartaal 2017 blijken de inkomsten te zijn gestegen tot 312 miljard, terwijl de uitgaven opliepen tot 305 miljard. Hoezo bezuinigingen en saneringen?

De Nederlandse belastingbetaler heeft flink moeten bloeden voor de schuldreductie (als % bbp), terwijl de uitgaven verder zijn gestegen. Wanneer komt er nou eens een einde aan de mythe dat de overheid voortdurend aan het bezuinigen is?

Hoge schuld zegt niet alles

Het is natuurlijk op zichzelf terecht dat de Nederlandse belastingbetaler verantwoordelijk is voor de Nederlandse staatsschuld en de houdbaarheid daarvan. Het wordt wat anders als het om de staatsschuld van de mede EU-landen gaat.

Italië bijvoorbeeld staat op een percentage van meer dan 130. De schuld van Portugal is nauwelijks minder. Cyprus heeft een percentage van bijna 110 en België zit met 106% ook nog boven de 100%.

Nu zegt een hoog percentage niet alles, getuige de Japanse schuld van 250%, veruit de hoogste ter wereld. Maar met een eigen munt en een eigen monetair beleid is een faillissement van het land van de rijzende schuld onwaarschijnlijk.

Wie draaien voor een faillisement op?

Dat geldt niet voor de eurolanden. Het is duidelijk wie er opdraaien voor het beleid dat er voor zorgt dat Italië nog niet door zijn financiële hoeven zakt. Vooral pensioenfondsen, verzekeraars en spaarders zijn de klos.

Zij transfereren geld naar landen met een veel te hoge schuld, via het ultralage rente mechanisme. Maar als die hulp zelfs niet meer genoeg zou zijn, en één van de zwakke landen zijn schuld niet meer kan betalen, wie draaien dan voor de problemen op?

Nederlands demissionaire minister-president Mark Rutte gaf onlangs aan een oplossing te hebben voor dit probleem. Bij een landenfaillissement zou hetzelfde mechanisme moeten gelden als nu voor banken is ontwikkeld.

Redding buiten belastingbetaler om

Eigenaren en obligatiehouders van in financiële problemen geraakte banken draaien voor de redding op, om ten koste van alles te voorkomen dat de belastingbetaler weer in de buidel moet tasten.

De uitspraak van Rutte was in een debat van afgelopen woensdag, toen hij mooi kon verwijzen naar de nagenoeg failliete Spaanse Banco Popular. De Spaanse probleembank werd zonder belastinggeld gered door Banco Santander. De financieel belanghebbenden betaalden de prijs en de belastingbetaler werd volledig ontzien.

De euforie van deze ontmanteling uit het boekje duurde 21 dagen. Afgelopen weekend maakte Italië bekend 17 miljard euro opzij te zetten voor de redding van twee noodlijdende Italiaanse banken: Banca Popolare di Vicenza en Veneto Banca.

Weer afwijken van afspraken

Op deze manier worden vooral obligatiehouders en grote spaarders gered. Deze operatie buiten de geldende standaardregels was allemaal gesanctioneerd door de Europese Commissie, die vond het faillissement van beide banken volgens Italiaans recht kan worden afgewikkeld.

Wat het Europese resolutiemechanisme betreft en de daarbij behorende filosofie: het waren drie fantastische weken. Het voortdurend omzeilen van vers afgesproken regels maken afspraken binnen de eurozone steeds minder geloofwaardig.

Het voorstel van Rutte kan in het licht van deze situatie dan ook niet serieus worden genomen. Op elk moment waarin Europa dat nodig vindt, kan weer worden afgeweken van eerder gemaakte afspraken.

Europees leningeninstituut

Dat zal op korte termijn helpen problemen op te lossen, maar tast het fundament onder de Unie steeds verder aan. Er is wat mij betreft een betere oplossing voor de staatsschuldproblematiek in Europa.

Dat aansluit bij marktmechanismen en waarbij de belastingbetaler in ieder geval een beloning krijgt voor de risico’s die hij loopt op een te hoge schuld van andere lidstaten.

Ik pleit voor een Europees instituut dat leent voor alle lidstaten. Dat instituut zal tegen een lage rente kunnen lenen, bijvoorbeeld tegen 0,5%. Vervolgens leent het Europees instituut aan individuele landen tegen dat tarief, plus een opslag voor elke 10% dat de schuld boven de 60%-norm ligt.

Vergoeding voor gelopen risico

Stel die opslag is 0,2%, dan leent Italië tegen 1,9% (= 0,5% + 7 * 0,2%). Dat rentepercentage is gelijk aan wat Italië nu al betaalt. Dat (relatief) hoge percentage komt nu ten goede aan beleggers die mogelijk worden beschermd door de Europese belastingbetaler als het mis gaat.

Dan is het beter dat de belastingbetaler zelf de hogere rente incasseert. Dan is er in ieder geval een vergoeding voor het risico dat de Europese belastingbetaler loopt. Dat is nog altijd beter dan een redding door de belastingbetaler zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Duurzaam beleggen met NN Investment Partners