Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Klanten krijgen nog steeds te hoge rendementen voorgespiegeld

Banken en verzekeraars hebben niks geleerd van de crisis. Ze hanteren nog altijd klantoverzichten met (te) mooie voorbeeldrendementen. Pensioenfondsen doen dat ook.

Vorige week vroeg een familielid mij naar zijn levenhypotheek te kijken. De hypotheek is in 2007 afgesloten en heeft een looptijd van 30 jaar. De afgelopen tien jaar is een bedrag van circa 10.000 gestort (exclusief overlijdensrisicoverzekering en kosten).

Inmiddels is de waarde van de beleggingen ongeveer 11.500 euro, wat betekent dat er jaarlijks een netto rendement is behaald van 2%. Geen overdreven goed resultaat en bij lange na niet voldoende om de levenhypotheek van bijna 94.000 af te lossen.

Ik ben geen hypotheekdeskundige, maar vind het interessant te bekijken welke informatie er zoal door de verzekeraar is versterkt. Ik werd er een beetje somber van. Zo ging bij aanvang van de polis de verzekeraar op basis van het voorbeeldrendement er vanuit dat de volledige hypothecaire lening na 30 jaar zou zijn afgelost bij een bruto voorbeeldrente van 8%.

Teveel op aan kosten

Dat percentage zou gelden voor een beleggingsfonds dat voor circa 70% uit obligaties bestond. Het is nogal ambitieus, om het rustig te zeggen, om van een dergelijk defensief fonds over een periode van 30 jaar dit hoge jaarlijkse rendement te verwachten.

Na anderhalf jaar was het realisme kennelijk ook bij de verzekeraar ingedaald. Op het eerste beleggingsoverzicht eind 2008 stond dat op basis van het bruto historische rendement van het fonds (6,38%) het gestelde doel bij lange na niet gehaald zou worden en zou blijven steken op 65.000 euro.

Dat is zomaar 29.000 lager dan de oorspronkelijke prognose van anderhalf jaar terug. Nu was 2008 een slecht beleggingsjaar. In dat jaar werd er maar weinig van de ingelegde premie belegd. Bijna de helft ging op aan overlijdensrisicopremie, kosten verzekeraar en kosten adviseur.

Nog steeds bruto percentages

Het pessimistische scenario op het overzicht eind 2008 liet een bruto rendement van 1,69% zien. Bij dat percentage zou het eindkapitaal dan 11.500 euro bedragen. Terwijl er nog bijna 29 jaar een premie van jaarlijks een kleine 1.600 euro zou moeten worden betaald, ofwel in totaal een bedrag van 45.600 euro!

Op het beleggingsoverzicht geen enkele, maar dan ook geen enkele uitleg hoe dat prognosekapitaal tot stand is gekomen. Nu spreken we over 2008 en verwacht ik dat de informatie inmiddels is verbeterd. Niets is minder waar. Het historische rendement is inmiddels gedaald naar 4,1%.

Het vooruitzicht op het eindkapitaal is bij dit percentage inmiddels afgenomen tot iets meer dan 36.000 euro. Ik ging zelf aan het rekenen, en kwam in eerste instantie tot een veel hoger eindkapitaal uit. Maar wat blijkt, nog steeds kunnen verzekeraars bij de prognoses van het eindkapitaal de brutopercentages noemen.

Pessimistische scenario eerder positief

Dat is volstrekt irreëel, want van dit percentage moeten de kosten nog af, in dit geval 1,25%. Netto resteert voor de klant dan nog slechts 2,85%. Hoe is het mogelijk dat een beleggingsfonds via een levenhypotheek nog gewoon zijn brutorendement kan geven zonder ook maar ergens nettopercentages te noemen?

Op het meest recente overzicht is het meest pessimistische scenario een bruto rendement van 2,3%, dus netto 1,05%. Ik vrees dat dit pessimistische scenario eerder als een positief scenario moet worden gezien en in een echt pessimistisch scenario het rendement door een min wordt voorafgegaan.

Het fonds waaraan de hypotheek is gekoppeld, belegt voor 65% in obligaties, 15% in liquiditeiten, 5% in vastgoed en 15% in aandelen. Hoe hiermee het historisch rendement van 4,1% behaald moet worden zie ik niet zo één, twee, drie. Als het rendement inderdaad sterk achterblijft, gaat er ook nog eens veel verloren aan een oplopende overlijdensrisicopremie.

Pensioenfondsen rekenen zich rijk

Ook daarover staat niets te lezen in de informatie. Ik dacht dat na de woekerpolis affaire op zijn minst de informatie over onder andere toekomstig (netto) rendementen verbeterd zou zijn. Helaas de verzekeringssector heeft nog grote stappen te maken.

Nog altijd hebben de overzichten met (te) mooie voorbeeldrendementen veel weg van een exercitie uzelf rijk rekenen. Zo kom ik vanzelf bij de recente analyse van DNB betreffende pensioenfondsen met een te lage dekkingsgraad. Deze pensioenfondsen moeten binnen een periode van vijf jaar in ieder geval boven de minimale dekkingsgraad van 104,2% uitkomen.

Zij kunnen dit bereiken door verschillende acties te ondernemen. Voor de hand liggend zou een premieverhoging zijn, maar ook pensioenkortingen of het achterwege laten van indexatie zijn mogelijkheden om het pensioenfonds weer gezond te krijgen.

Op zoek naar overrendement

De meeste pensioenfondsen kiezen echter voor de op het oog gemakkelijkste methode: het behalen van overrendement. Dit is een rendement dat hoger ligt dan het verwachte rendement. Kortom de financieel zwakke pensioenfondsen willen gaan outperformen.

En niet zo’n beetje ook. Volgens DNB willen de pensioenfondsen de komende tien jaar 500 miljard extra rendement behalen. Dat is de afgelopen twee jaren niet gelukt, en de dekkingsgraad is de afgelopen jaren blijven steken op 100%. DNB berekende dat het nagestreefde overrendement twee jaar geleden circa 3,7% was, genoeg om de fondsen weer op de minimale dekkingsgraad te krijgen.

Inmiddels zou, volgens mijn berekening, het overrendement in de buurt van de 6% moeten liggen om over drie jaar de pensioenfondsen uit de gevarenzone te halen. Dat overrendement geldt ten opzichte van de zeer lage verwachte rendementen gebaseerd op de huidige ultra lage rentes.

Pensioenrechten omlaag

Op zich is het percentage van 6% niet onmogelijk, maar kan alleen behaald worden als er flink in aandelen is belegd. Dat kan goed gaan, maar over een periode van drie jaar is ook een flink negatief beleggingsresultaat op aandelen(gerelateerde) beleggingen mogelijk.

Dan staan in 2020 en 2021 een kleine tien miljoen deelnemers voor een verlaging van hun pensioenrechten. Ik ben benieuwd hoe de pensioenfondsen hun deelnemers nu en tegen die tijd, informeren over de wankele financiële situatie. Hopelijk gaan ze daarvoor niet in de leer bij de levensverzekeraars.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Alternatieve beleggingen