Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

De echte risico's van ETF's

Veel risico's die aan ETF's worden toegeschreven, snijden volgens Marcel Kritiek geen hout.

Vijf fundamentele risico's van ETF's, zo berichtte IEXProfs onlangs. In het betreffende artikel wordt verwezen naar een schrijven van portefeuillemanager Michael Feiten van NORD/LB. Mijn aandacht is snel getrokken en ben benieuwd naar de gevaren die Feiten de belegger onder ogen laat zien.

De eerste waarschuwing geldt het gebrek aan transparantie van ETF's, met name die van de onderliggende waarden. De manager wijst er daarbij op dat ETF's gevoelig kunnen zijn voor systeemrisico. Natuurlijk helpt diversificatie tegen dit gevaar, maar toch geeft Feiten aan dat een lagekostenbelegging, zoals de ETF is, kan omslaan in een financieel massavernietigingswapen bij brede marktcorrecties.

Ik begrijp niets van deze argumentatie. Waarom zouden beleggers in indexgerelateerde fondsen een groter gevaar lopen bij marktcorrecties, of zelfs systeemrisico, dan beleggers in individuele aandelen en/of (actieve) beleggingsfondsen.

Identiek gevaar

Stel de belegger heeft positie in de iShares Core MSCI World ETF. Dat betekent een brede spreiding over meer dan 1.600 aandelen. In 2008 kelderde de index zo'n 40% in waarde, gemeten in Amerikaanse dollars. Welk specifiek fundamenteel risico is hier gerelateerd aan ETF's, dat niet aan individuele aandelen of actieve fondsen is verbonden?

Onderzoek toont in ieder geval aan dat actieve beleggingsfondsen in neergaande markten de belegger geen bescherming bieden ten opzichte van passief beheerde fondsen. Uit onderzoek van S&P, toegegeven dat is een indexaanbieder, blijkt dat in 2008 54% van de actieve fondsen in largecaps door de benchmark is verslagen. Voor fondsen gericht op midcapaandelen ligt het percentage op 75% terwijl de smallcapfondsen zelfs in 84% van de gevallen door de benchmark werden verslagen.

Voor wat betreft de internationaal beleggende actieve fondsen, geeft S&P aan dat deze in 2008 een gemiddeld rendement behaalden van minus 41,07%. De actieve fondsen boden dus (gemiddeld) geen bescherming tegen financiële malheur in vergelijking met de passieve fondsen.

Hoezo actief?

Misschien bedoelt Feiten wat anders en wil hij aangeven dat de toenemende populariteit van het beleggen in (benchmark) indices juist een systeemrisico of een marktcrash kan veroorzaken. De idee daarachter is dat de beleggersmassa slechts een beperkt aantal aandelen kopen via de bekende indices, zonder dat geselecteerd wordt op kwaliteit van de onderneming.

Dat argument snijdt echter ook geen hout. Uit de performance van de actieve fondsen blijkt dat deze in het algemeen niet veel andere aandelen kopen dan die in de index. Hoogstens zal dat in een andere verhouding gebeuren dan die van de index. Als research echt toegevoegde waarde heeft en er geheel andere aandelen zouden worden gekocht, zou dat tot een grote afwijking van de gemiddelde performance moeten gaan leiden, maar daar is getuige de cijfers geen sprake van.

Feitens tweede opmerking raakt de oude discussie tussen fysieke en synthetische ETF's. In het laatste geval worden derivaten gebruikt om de index te volgen. Volgens de beheerder zijn niet alle beleggers op de hoogte van het verschil en de risico's die dat met zich meebrengt.

Regels zijn geen kosten

Op zichzelf is het juist dat er een verschil is tussen deze types ETF's, maar het echte risico is meer hoe het indexfonds ermee omgaat. Is de derivatenblootstelling voldoende afgedekt met onderpand? Hoe zit het met security lending van fysieke fondsen, en aan welke regels is dat geboden?

Het zijn op zich belangrijke vragen, maar zijn ze zo specifiek verbonden aan ETF's. Gelden dezelfde soort vragen over de precieze structuur niet ook voor een actief beheerd beleggingsfonds? Het derde argument is dat de belegger niet alleen op de kosten moet letten. De belegger moet brochures en prospectus goed doornemen en swap transacties moeten goed worden begrepen.

Feiten geeft een voorbeeld dat een swappositie van een ETF 24% van de fondswaarde betrof, terwijl dat volgens de brochures op 20% gemaximeerd moet zijn. Tja, op zichzelf een prima punt, maar wat heeft dat met de kosten te maken. Natuurlijk moet het fonds zich aan zijn eigen regels houden. Maar ook nu weer, dat geldt voor elk beleggingsfonds, ETF of geen ETF.

Gespannen voet

Het vierde door Feiten genoemde punt is de liquiditeit. De onderliggende index kan (deels) niet liquide zijn, wat op gespannen voet staat met de voortdurende verhandelbaarheid van de ETF. Daar heeft Feiten zeker een punt, maar dat gaat wel op voor de kleinere, minder verhandelbare markten.

Het laatste punt dat Feiten onder onze aandacht wil brengen is de opkomst van smart bèta ETF's en actief gemanagede fondsen. Beleggers moeten zich goed realiseren welke ETF zij willen kopen. Op zichzelf is dat ook juist geconstateerd, maar dan ga ik even terug naar de kop van het artikel: Five key risks fund selectors need to know about ETF's.

Dit vijfde punt heeft niets met risico te maken, maar met voor elke belegger relevante vraag waarin hij wil beleggen. Als de onderliggende gedachte bij Feiten zou zijn dat het de vraag is of veel intelligente ETF's wel toegevoegde waarde hebben, ben ik het wel geheel met hem eens.

Aandachtspunten

Een artikel over de fundamentele risico's van ETF's, waar beleggers echt rekening mee moeten houden, kan beperkt zijn tot twee mijns inziens zaken.

  1. Weet goed in welke index de ETF belegt. Sommige indices en ETF's hebben prachtige namen, die niet de lading van de index dekken. Zoek vooraf goed de indexsamenstelling uit en bepaal of deze voor uw beleggingsdoelstelling geschikt is.

  2. Bekijk de werkelijk kosten van de ETF. Fondsen geven vaak de TER op, de officiële kosten. Maar daarin zijn nog niet de transactiekosten verwerkt en bijvoorbeeld ook niet de tracking error. Uiteindelijk gaat het voor de belegger om het verschil tussen indexrendement en fondsrendement, het liefst over een paar versterken (kalender)jaren. Dat geeft een indicatie over de werkelijke kosten. Neemt u bij deze vergelijking wel de bruto index, dus voordat de bronbelasting op het dividend is verrekend. Veel ETF aanbieders geven uitsluitend de netto index ter vergelijking.

Natuurlijk is het ook belangrijk de structuur van de ETF te bekijken. Maar bij de grote aanbieders is dat in het algemeen in orde. Als de belegger zich goed over de twee bovengenoemde zaken informeert, heeft hij het risico's van de ETF prima afgewogen en kan de juiste keuze worden gemaakt.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie