Detlef Glow is hoofd research EMEA bij Lipper, een onafhankelijk fondsbeoordelaar. Glow heeft een MBA Financial Services van de University of Wales/Cardiff en een BA in Business Administration.

Column

Indexhuggen tegen wil en dank

De discussie over indexhuggers houdt geen rekening met de omvang van een fonds en het risicomanagement.

Indexhuggers of closet trackers gaan over de tong in Europa. Marktvorsers zetten vraagtekens bij de toegevoegde waarde van actieve fondsbeheerders die dichtbij de index blijven, en toezichthouders nemen de zakelijke modellen onder de loep van asset managers die deze fondsen aanbieden.

Een aantal beleggingsfondsen dat ervan wordt verdacht indexhugger te zijn, rekent vergoedingen die horen bij actief beheer. Hoewel dit voer lijkt voor discussie, is de huidige discussie over indexhuggers mogelijk een storm in een glas water. Twee belangrijke redenen waardoor fondsmanagers mogelijk dichtbij de index blijven worden over het hoofd gezien: de omvang van het beleggingsfonds en het risicomanagementproces van de asset manager.

Beleggingsfondsen moeten naar de index toe bewegen naarmate zij in omvang toenemen. De reden daarvoor is eenvoudig: het groter een fonds wordt hoe groter het orderboek is van een onderliggend effect. Omdat de effecten opgenomen in een index in de regel de beste liquiditeit bieden, moet de fondsmanager deze kopen om tegemoet te komen aan de liquiditeitsbehoeften van zijn beleggers.

Twee strategieën

Behalve de verkoper van zijn beleggingsfonds beperkt toegang geven, kan een fondsbeheerder twee dingen doen om te voorkomen dat zijn fonds wordt geoormerkt als indexhugger. Geen van beide strategieën is in het voordeel van de fondspromotor doordat het een rem zet op de verkopen, maar ze kunnen voorkomen dat het fonds te groot wordt.

De eerste strategie is het zogeheten soft closen van een beleggingsfonds. In dat geval kunnen alleen nog beleggers die al aandelen van het fonds hebben participaties bijkopen. Deze techniek wordt veelvuldig toegepast door verkopers van beleggingsfondsen, maar helpt niet als bestaande beleggers aanhoudend participaties bijkopen. In dat geval is de tijd rijp voor hard closen, hetgeen betekent dat niemand meer participaties kan kopen.

Omdat beleggers wel participaties kunnen verkopen, bestaat de kans dat het beleggingsfonds opnieuw open wordt gesteld. Soms worden geïnteresseerde kopers door de verkoper op een wachtlijst gezet, en worden participaties rechtstreeks aan hen verkocht. In het geval van een closed-end beleggingsfonds is het mogelijk om een beursnotering aan te vragen voor een open-end beleggingsfonds, zodat ingekochte participaties kunnen worden aangeboden aan geïnteresseerde beleggers.

Risicomanagement

Het risicomanagementproces kan een tweede reden zijn waarom een beleggingsfonds zich gedraagt als indexhugger. Risico wordt in dit geval gedefinieerd het risico dat extra wordt genomen ten opzichte van de benchmark van het beleggingsfonds, en niet de kans op verlies. De posities van het fonds worden in dit geval afgezet tegen de effecten waaruit de benchmark bestaat. De portfoliomanager heeft beperkt ruimte om af te wijken van de benchmark, gekeken naar sector-, landen- en regiowegingen.

In enkele gevallen worden fondsmanagers beperkt op het niveau van individuele effecten, waardoor een negatief oordeel voor een effect een onderweging van 10% ten opzichte van de benchmark betekent in de portefeuille van het fonds. Zo kan een aandeel bijvoorbeeld voor 3% meewegen in de index en voor 2,7% in het beleggingsfonds. Zulke interne regels en richtlijnen leiden automatisch tot indexhuggen, waarvoor de fondsmanager niet aansprakelijk is.

Risicomanagement is een zeer belangrijk onderdeel van het due diligenceproces, dat komt kijken bij de selectie van beleggingsfondsen. Degenen die fondsen selecteren, moeten zorgvuldig nadenken over de impact van de beleggingsportefeuille en het risicomanagementproces op de fondsmanager.

Beperkingen

Een beleggingsfonds dat kosten rekent voor actief beheer zou niet te dicht bij de index moeten blijven doordat het de mogelijkheden beperkt om beleggers beter rendement te bieden dan het marktgemiddelde. Maar het is de taak van de fund selector die beperkingen op te merken en te bepalen of een beleggingsfonds het juiste vehikel is voor beleggers.

Voor particuliere beleggers is het lastiger om de potentiele prestaties van een beleggingsfonds in te schatten doordat zij alleen van de prestaties uit het verleden en de officiële documentatie die bij het fonds wordt geleverd, zoals het prospectus en de essentiële beleggingsinformatie, tot hun beschikking hebben.

Particuliere beleggers moeten de prestaties van beleggingsfondsen dus zeer nauwkeurig volgen; dit is de enige manier waarop indexhuggers zijn te ontmaskeren, en zij kunnen besluiten of zij (nog) in het fonds willen beleggen.

De proactieve aanpak van Scandinavische toezichthouders, vooral als het om institutionele beleggers gaat, leidt nergens toe. De belegger heeft een beleggingsfonds met een reden gekocht, en moet regelmatig de vinger aan de pols houden om te kijken of het nog steeds het juiste product is om een vooraf vastgesteld financieel doel te halen.


Detlef Glow is hoofd research EMEA bij Lipper, een onafhankelijk fondsbeoordelaar. Glow heeft een MBA Financial Services van de University of Wales/Cardiff en een BA in Business Administration. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Online magazine duurzaam beleggen