
Ole Hansen, verantwoordelijk bij Saxo voor de grondstoffen strategie, zet in een artikel helder de verschillen tussen de twee belangrijkste grondstofindices uiteen. Er is een divers en ruim aanbod voor beleggingen in de grondstofsector. Een grondstofindex investeert in, of volgt, de prestatie van een verzameling grondstoffen. Fondsen die in dit soort indices beleggen hebben de laatste jaren enorm aan populariteit gewonnen. Het is een manier om in allerlei verschillende sectoren en markten te beleggen.
Hansen zoomt in op de twee hoofdrolspelers in dit segment, de S&P GSCI en de DJ-UBSCI, die uitgegroeid zijn tot de benchmarks in deze sector. Beide fondsen verschillen in structuur en strategie. In beide indices kan via ETF”s worden belegd.
De S&P GSCI is opgericht in 1991 en is opgebouwd op basis van de wereldwijde productie en is samengesteld uit 24 grondstoffen, die allen een eigen futures markt hebben. Het gewicht dat een grondstof in de index krijgt wordt bepaald door de gemiddelde productiehoeveelheid en weerspiegelt daardoor de relatieve waarde van de grondstof voor de wereldeconomie. Gevolg is dat deze index zwaar overwogen is in de energiesector, 71% van de index is daarin geïnvesteerd.

De DJ-UBSCI kent een totaal andere samenstelling. Deze index bestaat uit 20 grondstoffen, die elk niet meer dan 15% en niet minder dan 2% meewegen. Een sector mag geen groter aandeel dan 33% in de index hebben. De weging wordt berekend met een formule die recht moet doen aan de betekenis van de onderliggende grondstof voor de wereldeconomie en de liquiditeit.
De verschillende samenstelling levert ook een verschillende prestaties op. Het rendement verschilt over het afgelopen jaar gezien 10%. Dit kan worden verklaard met de grote blootstelling van de S&P GSCI aan de energiesector. Maar over vijf jaar gezien overtreft de S&P GSCI de DJ-UBSCI alleen over de laatste maand. DJ-UBS gaat aan de leiding over de afgelopen tien jaar.

Hansen waarschuwt voor twee gevaren bij het beleggen in deze indices, de Contango-val en backwardation. De indices beleggen in de eerst aflopende futures, om liquiditeit en transparantie te garanderen. Het telkens opschuiven van de futures brengt hoge kosten met zich mee. Als de prijs van termijncontracten hoger ligt dan het aflopende contract geeft de index verlies aan. Dit is de Contango-val. De laatste jaren komt dit meer voor.
Backwardation zien we momenteel bij Brent-olie. Krapte op de huidige markt laat de spotprijs stijgen boven de termijncontracten. Deze situatie is het afgelopen jaar meer voorgekomen, het schept een positieve omgeving voor de index en versterkt de prestatie ervan.
De
Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen.
Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.
21-mei-13 12:15 - IEXProfs Redactie
Kopervoorraden op hoogste peil in negen jaar, prijs op laagste in 18 maanden en shortposities op recordniveau. Oppassen.
17-mei-13 09:30 - IEXProfs Redactie
Koersen van aandelen natuurlijke hulpbronnen daalden. Nieuwe groei en aantrekkelijke waarderingen bieden mogelijkheden.
Jammer dat de schrijver de Jim Rogers International Commodity Index niet meeneemt. Die presteert op de langere termijn veel beter dan de andere twee.