Beste Dr. Hoe,
Beleggen met een hefboom is interessant, maar gevaarlijk. Hoe beperk ik het risico op grote verliezen als ik bijvoorbeeld beleg in turbo’s en opties? En waar moet ik verder nog op letten als ik met hefboom beleg?
De dokter antwoordt
De meest tot de verbeelding sprekende beleggingsstrategie is het gebruik van de hefboom. Beleggers worden er soms steenrijk mee, maar straatarm is ook een mogelijk eindstation. De hefboom fascineert en kent zijn verschijningsvorm in diverse instrumenten zoals warrants, opties, futures, CfD’s (contract for difference)
turbo’s, speeders en sprinters.
Hefboomproducten zijn gekoppeld aan onderliggende aandelen, grondstoffen,
vastgoed of elke andere beleggingscategorie die er maar te bedenken is. Deze instrumenten verschillen sterk van elkaar maar hebben één ding gemeen. Met een beperkte inleg kan een heel hoog rendement worden behaald, dat
het resultaat van de onderliggende waarde overstijgt.
Een optie op Philips kan 50% rendement opleveren, terwijl
het aandeel slechts 10% in koers stijgt. Deze mooie
eigenschap verklaart de populariteit. Helaas hebben veel beleggers ondervonden dat beleggen met een hefboom op een grote teleurstelling kan uitlopen.
De onderliggende waarde kan een andere dan verwachte richting uitgaan. In dat geval is verlies nog te verklaren en te aanvaarden. De visie was gewoonweg verkeerd. Met een directe belegging in de onderliggende waarde zou ook een zeperd zijn behaald. Vervelender wordt het als de onderliggende waarde de vooraf voorspelde kant opgaat, maar er toch nauwelijks winst is of zelfs verlies moet worden geïncasseerd.
Dat is de zure ervaring van de belegger die bijvoorbeeld een out the money-optie op de AEX koopt, vervolgens de index ziet stijgen, maar dat uiteindelijk niet in een waardestijging van zijn optie ziet terugkomen. Echt dramatisch is het als een groot deel van zijn portefeuille
verdampt via een hefboombelegging. Ach, denkt u wellicht, dat overkomt mij niet en is alleen voorbehouden aan naïeve beginnende beleggers.
Gaat u dan maar eens na hoe bij Citigroup, Merrill Lynch en Lehman Brothers de vele tientallen miljarden door het putje zijn gespoeld. Het onverantwoord gebruik van hefboom (leverage) is in financiële zin potentieel dodelijk. Er zijn twee elementen die beleggers bij het gebruik van een hefboom de das omdoen: hebzucht en gebrek aan kennis.
Als u erg veel last heeft van hebzucht, is een
bezoekje aan uw eigen doktor of psychiater misschien de moeite waard. Maar om te voorkomen dat een gebrek aan kennis u opbreekt bij beleggen met een hefboom is Dr. Hoe natuurlijk beschikbaar. Wat moet u weten?
Ten eerste
Heel belangrijk bij het beleggen met een hefboom is dat u zich bewust bent van de rentecomponent die in alle hefboominstrumenten een (grote) rol speelt. In feite laat de hefboombelegger het innemen van posities over aan anderen (de tegenpartij). Voor elke optie of turbo is er een tegenpartij die (het grootste deel van) de onderliggende
waarde koopt.
Deze aankoop moet gefinancierd
worden, en de kosten daarvan worden doorberekend aan de koper van het hefboominstrument. Stel u koopt één turbo op goud. Direct of indirect wordt de goudpositie gefinancierd, bijvoorbeeld tegen een rente van 5%. Als u de turbo één jaar lang aanhoudt, kost u dat 5% financieringskosten.
Indien de goudprijs met 5% in één jaar
stijgt, levert de turbo in principe weinig of geen koerswinst op.
Datzelfde geldt voor de optie. Let wel op dat voor zowel de optie als de turbo geldt dat de tegenpartij niet de gehele positie hoeft te financieren (bij turbo’s, afhankelijk
van financieringsniveau) of niet voor de gehele
positie een tegengestelde transactie aangaat (bij opties, afhankelijk van uitoefenprijs).
Eerste leermoment: Beleggen met een hefboom is
alleen interessant als u een stijging van de onderliggende
waarde verwacht met een hoger percentage
dan de financieringskosten.
|
Ten tweede
Een tweede belangrijke factor zijn de mogelijke opbrengsten van de onderliggende waarde. Soms vallen deze toe aan de hefboombelegger (turbo), maar bij opties is dit niet het geval. Hoe hoger de gemiste inkomsten, hoe lager de optieprijs. Een optie op ASML, dat een klein
deel van de winst als dividend uitkeert, is duurder dan
een optie op Royal Dutch Shell, dat een relatief hoog dividend betaalt.
Anders gezegd: bij een gelijke winstontwikkeling
van beide bedrijven, zal bij ASML een groter
deel terechtkomen in koersstijging. Dat rechtvaardigt
een hogere optieprijs. Bij turbo’s speelt dit problemen
niet omdat de belegger in principe de onderliggende
inkomsten ontvangt (via een lager financieringsniveau).
Tweede leermoment: Bekijk goed hoeveel inkomsten
de onderliggende waarde genereert. Het bepaalt
mede de verwachte koersstijging en daarmee de
prijs van hefboominstrumenten als opties.
|
Ten derde
Een derde factor waarvan u zich rekenschap moet geven is de specifieke prijsstructuur van de onderliggende waarde. Bij de aanschaf van een hefboominstrument heeft u een visie op het toekomstig koersverloop. Of deze
visie uitkomt, is onzeker. Een aantal zaken is echter met redelijke zekerheid te voorspellen.
De markt verdisconteert
deze zekerheden in de prijs van hefboominstrumenten.
Houdt u daarmee rekening, u kunt er zowel
van profiteren als er last van hebben. Een sprekend
voorbeeld is de prijsstructuur van grondstoffen. Deze
zijn soms contango (toekomstige prijs is hoger dan
actuele prijs), maar vaak is er sprake van backwardation
(toekomstige prijs is lager dan actuele prijs).
De contango-prijsstructuur lijkt het meest natuurlijk. Immers de opslag en financieringskosten van de grondstoffen worden doorberekend in de toekomstige prijs. Er kan echter een duidelijke reden zijn een specifiek verloop van de (toekomstige) grondstofprijs te verwachten. In de winter is de vraag naar olie bijvoorbeeld hoger dan in
de zomer.
De olieprijs voor levering in de zomer kan dan fors lager zijn dan de actuele prijs in november. Opties op olie met uitoefening in de zomer zijn in dat geval lager geprijsd. Realiseer dat dit te maken heeft met de verwachte prijsontwikkeling.
Derde leermoment: Kom zoveel mogelijk te weten
over het te verwachten prijsverloop van de onderliggende
waarde op basis van beschikbare kennis.
|
Ten vierde
Een laatste element van belang bij het beleggen met een hefboom is de beweeglijkheid, ofwel volatiliteit, van de onderliggende waarde. De inschatting van de toekomstige beweeglijkheid wordt voor een belangrijk deel bepaald door de waargenomen volatiliteit uit het verleden.
Voor opties is de beweeglijkheid van belang omdat
daaruit de kans wordt afgeleid dat het onderliggende
aandeel boven de uitoefenprijs uitkomt.
Stel u koopt een
optie op Tom Tom met uitoefenprijs 10 euro. Het aandeel noteert 8 euro. Hoe hoger de beweeglijkheid hoe groter de kans dat de uitoefenprijs wordt overschreden. Dat betekent dat opties op beweeglijke aandelen duurder
zijn dan de meer stabiele zoals Unilever.
In de prijs van turbo’s is geen volatiliteitpremie opgenomen, maar beweeglijkheid is voor deze hefboominstrumenten minstens zo belangrijk.
Immers hoe hoger de volatiliteit, hoe groter de kans dat het stoplossniveau wordt doorbroken en de turbo ophoudt te bestaan. Een uiteindelijk flink stijgende onderliggende waarde, gepaard gaande met een hoge volatiliteit, kan via het
doorbreken van de stoploss uitermate teleurstellend
verlopen voor de turbobelegger.
Vierde leermoment: Neem kennis van de mogelijke
beweeglijkheid van de onderliggende waarde, zowel om de prijs van een optie te beoordelen, als de overlevingskansen
van de turbo.
|
Concluderend
Als u belegt met een hefboom kunt u
extra rendement maken ten opzichte van een directe investering in de onderliggende waarde. Het spreekt voor zich dat dit het geval is als uw visie achteraf juist blijkt te zijn. Het is ook mogelijk dat u een negatief resultaat behaalt. Net als bij andere beleggingsinstrumenten kan dat komen door een verkeerde visie.
Maar bij afgeleide instrumenten als opties en turbo’s kan het resultaat
teleurstellend zijn doordat:
De financieringsrente een deel van het resultaat ‘opeet’.
Hoge directe inkomsten van de onderliggende waarde (dividend) de koersstijging beperkt.
De speciale prijsstructuur van de onderliggende
waarde ertoe kan leiden dat ogenschijnlijk goedkope
opties weinig kans op rendement hebben.
De groter dan verwachte beweeglijkheid de turbo doet
killen, of een kleiner dan verwachte beweeglijkheid de
optieprijs doet smelten.
Dit artikel is gepubliceerd in IEX Profs, nummer 3 2009.
Dr. Hoe is het pseudoniem van de experts uit het columnistengilde en de redactie van IEX Profs. Stel hier uw vraag of reactie aan Dr. Hoe.