
Er komen vaak tegenstrijdige berichten naar buiten over de toegevoegde waarde van duurzaam beleggen aan het uiteindelijke rendement. Voorstanders claimen dat een duurzaam beleggingsbeleid geen rendement hoeft te kosten. Ondernemingen die meer aandacht hebben voor het milieu en de belangen van de aandeelhouders zouden op de lange termijn ook financieel beter presteren.
Om dit te kunnen beoordelen moet
er onderscheid gemaakt worden tussen twee benaderingen: best in class en uitsluiting. Bij de best in class-benadering wordt het beleggingsuniversum niet beperkt. Een
duurzaamheidsscore wordt dan vaak onderdeel van het selectieproces.
Zo kan het zijn dat bij een keuze binnen de oliesector Royal Dutch Shell de voorkeur geniet
boven BP doordat Shell beter scoort op een aantal duurzaamheidscriteria. Door duurzaamheid
op deze manier in het selectieproces op te nemen is het best mogelijk dat dit leidt tot een beter rendement. Uitsluiting is een heel ander verhaal.
Deze benadering sluit sectoren in zijn geheel uit van het beleggingsuniversum. Dit beperkt de beleggingsmogelijkheden van portfoliomanagers. De tabaksindustrie is vaak onderdeel van uitsluiting. Over de afgelopen vijf jaar heeft de S&P 500 Tabak Index een rendement behaald van 116%
tegenover 2,5% door de gehele S&P 500 index. Het nietbeleggen in deze sector heeft in de afgelopen jaren dus zeker rendement gekost.
Toch duurder
In de praktijk blijkt dat duurzaam beleggen ook extra
kosten met zich mee brengt. Het gaat dan met name
om de duurzaamheidsscores die moeten worden ingekocht. De partijen die deze scores aanbieden, hebben een uitgebreid apparaat van analisten die een bijzonder groot aantal ondernemingen moeten beoordelen op verschillende duurzaamheidscriteria.
Dit is ook nog eens een continu proces. De kosten voor investeerders die de selectie voor eigen rekening nemen, kunnen zo behoorlijk oplopen. Externe beheerders wentelen deze kosten vaak af op de cliënt. Voor een gemiddeld mandaat resulteert dit doorgaans in een opslag op de beheervergoeding van 10 tot 15 basispunten. De praktische invulling van duurzaam beleggen voor
kleinere pensioenfondsen en goede doelen levert vaak
problemen op.
Kleinere vermogens, waar een portefeuille met individuele aandelen geen optie is, kunnen
vaak geen geschikte oplossing vinden waarbij rekening wordt gehouden met hun specifieke eisen. Dit is vaak onterecht. In 90% van de gevallen zijn er producten beschikbaar die aan alle eisen voldoen. Zo is er in de Verenigde Staten een tracker beschikbaar op de FTSE
KLD Select Social Index.
Deze index maakt een selectie van duurzame aandelen uit de FTSE All-World US Index.
Voor de selectie wordt gebruikgemaakt van zowel
uitsluiting als best in class. Bedrijven die meer dan een bepaald percentage van hun omzet halen uit een of meer van de volgende industrieën worden uitgesloten: tabak, handwapens, alcohol, militaire wapens, gokken
en kernenergie.
Twee problemen
De overige bedrijven worden gewaardeerd
op criteria op sociaal-economisch, milieu- en
governance-gebied. In veruit de meeste gevallen zal een dergelijk fonds voldoen aan de wensen die worden gesteld aan duurzaam
beleggen. Jammer is alleen dat het aantal duurzame
trackers op dit moment beperkt is. Het vermogen in de bestaande trackers duidt niet op een substantiële vraag
naar dit soort producten.
Het probleem is tweeledig.
Partijen die duurzaam willen beleggen hebben problemen om hun duurzame beleggingsbeleid goed op papier te krijgen. Het aantal partijen dat op dit moment duurzaam belegt, is daarom ook beperkt. Daarnaast heeft het gebrek aan duurzaam beleid tot gevolg dat tracker- en indexproviders geen idee hebben welke producten voorzien in een behoefte.
Alhoewel duurzaam beleggen al enige jaren op het netvlies van de financiële wereld staat, wordt het slechts mondjesmaat in de praktijk gebracht. Extra kosten en een lager verwacht rendement weerhouden besturen van het concretiseren van een duurzaam beleggingsbeleid.
Het gevolg hiervan is dat het beschikbare productenpalet
op dit moment zeer beperkt is. Vervolgens
worden de kleinere partijen, die wel een duurzaam
beleggingsbeleid hebben gedefinieerd, er van weerhouden
om hun beleid uit te voeren. Wellicht kunnen trackerproviders
hierop inspelen met hun kostenefficiënte
producten.
Sander Heemskerk is partner bij IBS Vermogensbeheer. IBS is een onafhankelijke vermogensbeheerder, heeft heeft vergunningen van de AFM & DNB en staat onder controle van deze toezichthouders. IBS onderhoudt geen handelsportefeuille en neemt zelf geen posities in, heeft geen belangen in providers van trackers en beheert geen trackers. De research is samengesteld door IBS. Er kunnen aan de totale publicatie geen rechten worden ontleend. IBS is niet aansprakelijk voor enige schade die het gevolg is van beleggingsbeslissingen die u maakt op basis van deze publicatie. IBS staat niet in voor de juistheid en volledigheid van informatie en aanvaardt daarvoor geen aansprakelijkheid. Aan beleggingen zijn risico’s verbonden. De waarde van uw beleggingen kunnen fluctueren. In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst. IBS kent een regeling privébeleggingen.
21-May-12 15:15 - IEXProfs Redactie
De euro verkeert al langer in zwaar weer, speculanten gokken momenteel massaal op een zwakkere Europese munt.
21-May-12 14:45 - IEXProfs Redactie
O’Neill erkent dat de man van de straat net zulke betrouwbare voorspellingen over Griekenland kan doen als hijzelf...
Hallo Sander,
Leuk stuk. IBS richt zich volgens mij vooral op trackers en minder op hedge funds. Mocht je in dit geval toch breder aan het zoeken zijn binnen sustainability dan zou je eens kunnen kijken naar Greenbay of naar het Branta Solutions Fund.
Met vriendelijke groet,
Mark
Hoi Sander,
Inderdaad een beetje onbegrijpelijk dat aanbieders van trackers hier zo weinig mee doen. Ze zetten wel ik weet niet hoeveel sharia producten in de markt. Volgens mij is ook nier wel behoefte aan.
Gr, Luc