
Het moet een jaar of wat geleden zijn geweest. Iemand, ergens op een kantoor in het kloppend hart van de financiële industrie had plotseling een geweldige ingeving. Zijn eigen Eureka-moment. Het was een doorregende donderdag, of misschien een winderige woensdag en hij was zomaar over een gat in de markt gestruikeld.
Dat kwam even mooi uit, want ze moesten iets doen in beleggingsfondsenland want de concurrentie van passieve en alternatieve beleggingen begon van de grond te komen en, eerlijk is eerlijk, de meeste fondsbeheerders waren niet echt in staat structureel de index voor te blijven.
Een extra knop op hun dashboard zou uitkomst kunnen bieden. Want als je als actief fondsbeheerder toch op zoek was naar de beste aandelen, dan kwam je ook slechte bedrijven tegen. Waarom zou je die alleen maar negeren als je er ook short in kon gaan? De nieuwe toverformule 130/30 was geboren. Geef fondsen de gelegenheid om ook – beperkt – short te gaan voor 30% van het fondsvermogen, dan hadden ze meteen 130% ruimte voor hun briljante stockpicks en bleef de netto-exposure naar de markt 100%.
Als dat geen win-win was? En het leverde bovendien een verhaal op dat bij uitstek geschikt was om gedrukt te worden op glimmende brochures. Fondsbeheerders blij, sales blij en beleggers blij. Drie, vier jaar later hoor je nooit meer iets over die 130/30-fondsen. Redenen genoeg. Ten eerste was die 30% al behoorlijk arbitrair. Er zullen zich best wijze mensen over gebogen hebben, maar waarom 30%? Waarom niet 20% of 40%? Maar goed, daar is nog wel overheen te stappen.
Short gaan moeilijk voor long-belegger
Wat veel pijnlijker is, is dat in de praktijk bleek dat fondsbeheerders die jarenlang geconditioneerd waren in het long only-denken bepaald niet succesvol bleken te opereren met hun shortposities. Short gaan bleek een heel ander spelletje dat heel andere vaardigheden vroeg. En daarnaast is het 130/30-concept ingehaald door de tijd en de ontwikkelingen.
Met de komst van Ucits is de deur opengegaan voor tal van andere absolute return-vehikels die allemaal binnen het handbereik van adviseur en retailklant zijn gekomen. Met mensen aan het roer die voor dit spelletje zijn opgeleid. Dat kan niet anders dan beter uitpakken dan die 30% aan shorts die een long only-fondsbeheerder vooral samenstelt uit researchrapporten van bedrijven die hij vroeger in het ronde archief opborg.
Een slechte long is namelijk niet per definitie een goede short. En een goede longbelegger is bijna per definitie een slechte shortbelegger. Maar goed, het waren drie geweldige jaren, zullen we maar zeggen.
- deze column is eerder verschenen in IEXProfs magazine 03/11 (decemberuitgave)
21-May-12 15:15 - IEXProfs Redactie
De euro verkeert al langer in zwaar weer, speculanten gokken momenteel massaal op een zwakkere Europese munt.
21-May-12 14:45 - IEXProfs Redactie
O’Neill erkent dat de man van de straat net zulke betrouwbare voorspellingen over Griekenland kan doen als hijzelf...
Vrienden, dit verhaal klopt maar gedeeltelijk. De toverformule 130/30 stond voor alle fondsen die long en short konden gaan, met een maximum van 100%, want dit zijn de leverage regels in Ucits (toen nog 3 nu 4). Er bestonden dus wel degelijk 140/40 fondsen, maar vanuit risiko overwegingen zijn veel fondsen in het 130/30 stramien gebleven, dus daar is het antwoord. Het short gaan voor long only managers was qua titels geen probleem, waar deze meestal fout gingen was de timing ervan! Met dit verhaal zijn ook de hedge fund managers opmerkzaam op retailsfondsen geworden en die dachten dat he nu voor de 2e maal hun 2/20 fees konden incasseren, totdat bleek dat vele van deze short experts het ook niet voor elkaar kregen. Vandaar nu de nieuwe titel: Dagaanbieding Hedge funds!!!