Na de Europese schuldencrisis lijkt de rust een beetje terug te keren op de financiële markten. Als belegger ervaar je de minder grote koersuitslagen van de afgelopen maanden. Een betrouwbaarder manier om objectief de rust te meten kan via de ontwikkeling van de vele volatiliteitindices.
Deze indices geven een beeld van de beweeglijkheid van de aandelenkoersen. Zo is de VIX-index, die de volatiliteit van de Amerikaanse S&P500 inzichtelijk maakt, in een paar maanden tijd gedaald van circa 35 naar net boven de 20.
Er is ook een alternatieve methode om de onrust op de financiële markten te duiden, en dat gaat via de voorwaarden van de Wereld Garantie Notes van ABN Amro (distribuerende partij) en Royal Bank of Scotland (uitgevende instelling).
Zo hoort het
Al een aantal jaren wordt deze productserie aan het beleggingspubliek aangeboden. De samenstelling van het mandje is elke maand gelijk. Alleen de voorwaarden, met name het maximum in de aflossing, kunnen elke maand verschillen.
De afgelopen maanden was de indicatieve maximale aflossing onder de 160% vastgesteld, waardoor ik voor risico-rendement geen voldoende voor de notes meer kon geven. De deze week besproken septembernote, heeft echter weer een hogere indicatieve aflossing, wat duidt op rustiger marktcondities.
Immers, hoe volatieler de financiële markten, hoe slechter de voorwaarden voor garantiestructuren. Je zou bijna kunnen stellen dat mijn cijfers voor risico-rendement van garantienotes een uitstekende indicator zijn voor de nervositeit van de financiële markten. Hoe hoger het cijfer, hoe rustiger de financiële markten…
De augustusnote, waarvoor de indicatieve maximale aflossing op 154% werd gesteld, heeft uiteindelijk toch een behoorlijk hoger plafond van 162% gekregen. De bank laat de belegger profiteren van de voor dit soort notes verbeterde marktomstandigheden. Zo hoort het natuurlijk ook.
Smeuïg
Op de website van de bank stond maandag overigens het opmerkelijke bericht dat de note zou worden teruggetrokken, vijf dagen na de uitgifte. Ik dacht (hoopte?) dat daar een smeuïg verhaal achter zou zitten. Nadere informatie leerde dat de bank kampte met een technische storing waardoor er per ongeluk melding was gemaakt van een terugtrekking. Weg smeuïg verhaal!
Rabobank heeft zo zijn eigen favoriete product: de Variabele Coupon Obligatie (VCO). Deze weken emitteert de Utrechtse bank al weer de achtste versie. En zoals bij de meeste, vormt ook bij deze constructie de basis een koppeling aan het driemaands euribor tarief.
De exacte voorwaarden zijn afhankelijk van de marktomstandigheden. De eerste uitgiftes keerden het drie- dan wel zesmaands euribortarief uit minus een afslag van 0,4%. Dat was in een tijd van hoge interbancaire tarieven van 4% en meer. Nu de tarieven tot onder de 1% zijn gedaald, zijn de voorwaarden van de VCO drastisch aangepast en gelden er minimum en een maximumcoupons. De minimumcoupon is prettig in tijden van de huidige ultralage interbancaire tarieven.
Door de marktomstandigheden is de minimumcoupon van 2,25% wel lager dan die van eerdere Variabele Coupon Obligaties. Alleen de directe voorganger van deze note had dezelfde lage minimumcoupon.
Niet altijd beter
Opvallend is dat voor deze voorganger, die nu genoteerd is aan Euronext, geen laatprijs wordt gegeven. De biedprijs van 97,6%, en de mogelijk daarbij behorende laatprijs van 98,6%, wijst erop dat deze nieuwe note met een uitgifteprijs van 100,5% wat aan de dure kant is.
Mogelijk kunt u met nog oudere Variabele Coupon Notes uw voordeel doen. Omdat het obligaties zijn met relatief weinig risico, is het mogelijke meerrendement beperkt, maar ik denk wel de moeite waard. Wat denkt u van de Variabele Coupon Obligatie (nummer) 6.
Deze obligatie geeft een minimumcoupon van 3% en heeft op dit moment een laatprijs van 101,7%. Op deze prijs is het minimumrendement gelijk aan 2,7% op jaarbasis. Dat is toch duidelijk meer dan het 2,18% minimale rendement die de nu in emissie zijnde Variabele Coupon Obligatie biedt. Daarbij is de resterende looptijd van ongeveer zeseneenhalf jaar gunstiger dan de looptijd van acht jaar voor de nieuwe obligatie.
Is de oude uitgifte op de actuele prijs dan in alle opzichten beter? Dat niet, de maximumcoupon van de nieuwe obligatie is vastgesteld op 7,5%, terwijl de eerder uitgegeven zesde versie van deze serie obligaties gelijk is aan 6%.
Bij een zeer sterke stijging van het euribortarief kan de oude note uiteindelijk iets in rendement achterblijven. Optimaal beleggen betekent altijd het maken van keuzes, waarbij de voordelen en de nadelen goed tegen elkaar moeten worden afgewogen. Dat is met de Variabele Coupon Obligaties niet anders.
Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en was hiervoor werkzaam op het ministerie van Financiën. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
tak@iex.nl.