Iedereen heeft zo zijn mening over de BRIC-landen, maar hoe kijkt de bedenker ervan, Goldman Sachs, tien jaar na dato naar het vierspan? In 2001 bedacht Jim O’Neill, hoofdeconoom van Goldman Sachs, de term om de vier belangrijkste opkomende economieën te beschrijven: Brazilië, Rusland, India en China. Bijna een decennium later gelooft Goldman Sachs nog altijd in de vierspan. Meer dan in de ontwikkelde landen en, opvallend, ook meer dan in andere opkomende landen. Kathryn Koch, client portfolio manager: “Wij zijn ervan overtuigd dat de langetermijnvooruitzichten voor deze economieën sterker zijn dan ooit.”
Beleggers kunnen volgens Koch dan ook niet echt om BRIC heen. “Wij denken dat de BRIC-economieën in 2032 de G7 in omvang kunnen evenaren. De afgelopen tien jaar had de MSCI BRIC Index een rendement van 276% (cumulatief). Dat is 162% meer dan de MSCI Emerging Markets Index.” Ter vergelijking, de MSCI World Index liet cumulatief 2% rendement zien. Maar, beleggen draait niet om rendementen uit het verleden. Dus kijkt Koch ook vooruit.
Dat de BRIC-landen steeds minder afhankelijk worden van ontwikkelde landen, is volgens Koch een pre. “Er zit bovendien een aantrekkelijke symmetrie in het feit dat Rusland en Brazilië een overdaad aan de grondstoffen en ruwe materialen hebben, die in India en China juist nodig zijn om te groeien en de infrastructuur te verbeteren. Drie van de vier landen hebben een BRIC-land als één van hun twee belangrijkste handelspartners.”
Robuuste balans helpt BRIC-landen
Maar er is meer. Vooral de overheidsfinanciën zien er (relatief) goed uit in vergelijking met het Westen en met het verleden. “Dat is in onze opinie de basis van het BRIC-verhaal. In de jaren tachtig en negentig waren de staatsbalansen van de BRIC-landen zwaar
geleveraged en gingen gebukt onder substantiële tekorten, veelal gefinancierd met buitenlandse leningen. Dit leverde destijds een aantal crises op, maar de centrale banken van de opkomende markten hebben daar lering uit getrokken.
Hun terughoudende en voorzichtige optreden van de afgelopen tien jaar – zichtbaar in het feit dat zij de ‘schoonste’ nationale rekeningen in hun geschiedenis kennen – bood hen veel grotere flexibiliteit in het weerstaan van de jongste financiële crisis dan in voorgaande crises. De fundamentals van ondernemingen in deze landen zijn eveneens robuust, denkt Koch.
”Het rendement op hun aandelen ligt boven historische niveaus en boven dat van branchegenoten in de ontwikkelde wereld. Het is belangrijk dat deze verbetering gepaard is gegaan met een aanzienlijke deleveraging, zodat BRIC-ondernemingen nu in verhouding tot hun eigen vermogen significant minder schulden hebben dan bedrijven in ontwikkelde landen.” BRIC-ondernemingen beschikken daarnaast over sterke vrije kasstromen, een zeer belangrijk voordeel bij krappe kredietmarkten.
Metro van Beijing vier keer zo groot als van Berlijn
En dan is er het demografische plaatje, dat altijd als argument #1 geldt voor beleggers in opkomende landen. Groeiende bevolking, industrialisatie, urbanisatie, meer welvaart, meer consumptie. Het is de kringloop de dingen. Ook bij de bedenker van de term BRIC is dat natuurlijk een prominent thema. Koch: “De opkomende middenklasse is in de vier BRIC-landen in 2025 naar verwachting met 200 miljoen mensen zijn toegenomen. Dat is gelijk aan de bevolking van Japan en Duitsland bij elkaar. Dit zijn markten met een jonge bevolking, waar de trek naar de stad de economische groei drijft, waardoor de consumenten van de toekomst worden gevormd.”
Als voorbeeld noemt Koch de metro van Beijing. “In 2007 kende deze slechts vier lijnen, maar er zijn plannen om dit netwerk vier keer zo groot te maken als dat van Berlijn.” Investeringen in infrastructuur bieden mogelijkheden voor groei die zowel sterk als duurzaam is. En ook de gebruikelijke waarschuwing mag niet ontbreken. Koch waarschuwt voor overgewaardeerde aandelen en volatiliteit van deze markten.
Interne consumptie beter dan export
“Het is verstandig aandelen te vermijden waar toekomstfantasieën ingeprijsd zijn of ondernemingen die te zeer afhankelijk zijn van export naar ontwikkelde landen. Het zou beter kunnen uitpakken om te beleggen in die ondernemingen die kunnen profiteren van de robuuste interne economieën die in toenemende mate de BRIC-groei kunnen stuwen.” Voor de lange termijn ziet het er puik uit, ondanks dat in de korte termijn altijd turbulentie op de radar kan verschijnen.
Tien jaar na de inceptie van het BRIC-concept, heeft de groeivierspan niet alleen veel (extra) rendement opgeleverd, de bedenker van het concept – Goldman Sachs – is alleen nog maar enthousiaster geworden. Dat is wel eens anders geweest bij ‘nieuwe concepten’ die door de fondsenindustrie werden bedacht.
De Redactie van IEX Profs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies,
of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen. Om te reageren op dit artikel, klik hier.
De
Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen.
Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.