Dit is deel twee van het rondetafelgesprek Een vak apart, dat eerder is verschenen in IEXProfs Magazine 01/10. Klik hier voor deel I
IEXProfs: Het lijkt me voor een belegger nu heel moeilijk in te schatten wat de risico’s zijn. Zelfs staatsobligaties zijn inmiddels tricky business geworden.
Vakbroeders
De deelnemers aan de IEXProfs rondetafeldiscussie (van links naar rechts):
- Bob Schotsman, senior beleggingsadviseur private wealth management bij F. van Lanschot Bankiers.
- Kian Liem, vermogensbeheerder bij Het Haags Effektenkantoor.
- Peter Hietink, beleggingsadviseur bij ABN Amro en lid Raad van Advies IEXProfs.
- Walter Jans, directeur van BBOC, een onafhankelijk kenniscentrum en
opleidingsinsttuut voor beleggingsadviseurs.
Hietink: “Ik denk dat we steeds minder over risico en rendement gaan praten, maar meer over risico en de persoonlijke situatie van de belegger.”
Schotsman: “We zijn nu anders bezig om mensen attent te maken op risico. Je maakt een hele planning en daar laat je een scenarioanalyse
op los, waarbij je vooral inzichtelijk
maakt wat de risico’s naar beneden
zijn.”
Jans: “Maar die scenarioanalyses zijn weer
gebaseerd op een normaalverdeling en met
die statistiek ging het juist mis in de crisis.”
Schotsman. “Als je alleen naar het gemiddelde
van de uitkosten kijkt wel. Maar wij
tonen het anders; als een soort waterval.
Dan zie je alle scenario’s in beeld, met een
gemiddelde lijn er doorheen. Daaromheen
laten we de hele waaier zien van mogelijke
scenario’s. Dan kun je dus ook heel duidelijk
laten zien wat er bijvoorbeeld gebeurt als
je voor offensief kiest: prima, maar dan
kan het dus heel goed gebeuren dat in 2024
het geld op is. Het werkelijke risico voor de
belegger is het niet halen van de doelstellingen.”
Hietink: “De prognoses die uit de modellen
komen veranderen natuurlijk ook met de
tijd mee. Waar een offensief profiel vier jaar
geleden nog op 11% uitkwam, is dat nu 9%”
Liem: “De kans is vrij groot dat na verloop van tijd de focus meer komt te liggen op absoluut rendement, in plaats van relatief
rendement. De grote groep van huidige
beleggers bestaat vooral uit babyboomers,
mensen die in relatief korte tijd een bepaald
inkomen willen gaan genieten uit een beleggingsportefeuille.
Je kunt je afvragen of die
2% extra rendement met alle bijbehorende
risico’s wel past in zo’n situatie.”
Schotsman: “Wat je ziet is dat risicoprofielen
voorheen strakke bandbreedtes hadden,
maar dat er nu veel meer ruimte is. Vroeger
had je bij een neutraal profiel tussen de 40
en 60% aandelen in portefeuille. Nu kun je
variëren tussen 20 en 80%. Dat is ook nodig,
want als ik in de oude situatie met een
neutraal mandaat de markt zag verzwakken
kon ik maar tot 40% afbouwen. Dit
geeft meer ruimte om je beter te kunnen
indekken.”
Liem: “In dat kader is het wel interessant
dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
nu juist bezig is met het maken van standaardrisicoprofielen.”
Jans: “Het is jammer dat dat nu pas gebeurt. Ook is het opvallend, omdat de AFM de
afgelopen 4 à 5 jaar uitgesproken tegen het
standaardiseren van profielen was. En nu
opeens moet het toch gestandaardiseerd
worden.”
Schotsman: “Je kunt beleggers ook beschermen
door ze risico niet te laten nemen. Een
risicoprofiel is absoluut nuttig, maar het
belangrijkste is dat een klant beseft welk
risico hij loopt.”
Jans: “Het nadeel van zo’n standaard is dat
heel veel partijen er hun visie in terug willen
zien. Het eindresultaat is waarschijnlijk
een compromis. Dan kun je beter één partij
aanwijzen van wie je weet: die zijn deskundig,
laten die het gewoon doen.”
Hietink: “Het risico is ook dat je op een gegeven
moment zegt: nu heb ik het gedaan
zoals de AFM het wil, dus nu houdt mijn
verantwoordelijkheid op.”
Jans: “Wij doen ook een workshop integriteit.
Dan zie je die houding ook vaak:
ik heb de regels niet overtreden, dus ik
heb een integer advies gegeven. Integriteit
gaat iets verder dan binnen de regels
blijven.”

IEXProfs: Het lijkt alsof de discussie over
beleggingsadvies zich vooral toespitst op
de kosten van advies en van producten.
Merken jullie dat klanten daar meer mee
bezig zijn?
Liem: “Ja, dat merk ik wel. In het verleden
telde vooral rendement. Had je het goed
gedaan, dan had je er bij wijze van spreken
een klant bij. Nu gaat het veel vaker over
kosten. Kijk ook maar naar de opkomst van
trackers. Maar toch zijn lage kosten niet de
heilige graal. Met een AEX-tracker had je de
afgelopen tien jaar per saldo niets verdiend.
Onze ervaring is dat beleggers het niet erg
vinden om kosten te betalen, mits ze transparant
zijn en mits ze weten wat ze ervoor
terug krijgen.”
Hietink: “Kosten worden inzichtelijker,
dat is heel goed. Maar men eist daar wel
performance voor terug en ik denk dat dat
terecht is.”
Jans: “Ik betreur het wel een beetje, die
focus op de kostenkant, want ik denk dat de
verschillen aan de opbrengstenkant tussen
partijen veel groter zijn dan de kostenverschillen.
Wij volgen bij BBOC de resultaten
van de modelportefeuilles van banken en
op driejaarsbasis loopt het rendementsverschil
voor een neutraal profiel op tot wel
20%. Terwijl in termen van expense ratio
het hoogste verschil 1,5 tot 2% is.”
Schotsman: “Vorig jaar was er veel te doen
om de retrocessies die fondsen betalen aan
de bank. Dat verandert nu. In de adviestak
doen we daar nog niets mee, maar in onze
vermogensbeheerpropositie gaan wij de
retrocessies teruggeven aan de klant. Dus
de klant betaalt de bank alleen nog maar
voor de asset allocatie. Je moet het van je
meerwaarde als adviseur hebben. Als je
het goed doet kun je ook een goede prijs
vragen. Mensen de het allemaal zelf willen
doen moeten dat vooral doen. Die gaan
naar Binck, waar de kosten laag zijn. Maar
als je echt advies nodig hebt, dan moet je
ook verwachten dat je daarvoor betaalt.”
Jans: “Precies, jullie toegevoegde waarde is
enorm. Jullie benchmark is namelijk niet
een index, maar jullie benchmark is het
rendement dat een particulier zou behalen
als hij het zèlf zou doen. De onderzoeken laten
zien dat particulieren die het zelf doen
vooral geld verliezen.”
Schotsman: “Die klanten missen in ieder
geval de hele aanloop, namelijk het vermogensregiestuk.”
IEXProfs: Wat hanteren jullie als benchmark?
Liem: “Iedere belegger wil het hoogste rendement
met het minste risico. We hanteren
zelf een benchmark die afhangt van de
asset allocatie die we hanteren. Een deel
aandelen, een deel obligaties. Nederlandse
beleggers zijn vrij snel geneigd om naar de
AEX te kijken. Die staat in de krant, dat zijn
de mensen gewend.”
Hietink: “In een opgaande beurs is de
AEX het referentiepunt. Als er in de krant
staat ‘AEX +35%’ dan kijkt iedereen op zijn
afschrift of ze dat ook hebben. Maar in een
neergaande markt is de nullijn de standaard.”
Schotsman: “Dat maakt het vak wel eens
lastig.”

IEXProfs: Hoe denken jullie dat dit vak zich
de komende jaren gaat ontwikkelen, temidden
van alle krachten vanuit de markt en de
toezichthouders?
Liem: “Ik ben er niet zo somber over. Ik heb
als vermogensbeheerder meer vrijheid dan
een beleggingsadviseur. Er zullen wel meer
bewuste keuzes tussen actief en passief
beleggen gemaakt gaan worden. Wij doen
bijvoorbeeld aan actief aandelenmanagement
via een waarderingsmodel, waarmee
zeer gedisciplineerd (deep) value aandelen
worden geselecteerd. Maar in obligaties zijn
we juist naar passief gegaan. Omdat actief
beheer in obligaties volgens ons niet tot
extra rendement leidt. Je moet niet in alles
het slimste jongetje van de klas willen zijn.”
Hietink: “Ik denk dat het vak van beleggingsadviseur
onder druk van de regelgeving
steeds lastiger wordt. Dat heeft te
maken met de vrijheid die een klant en een
adviseur hebben - vooral de klant – om niet
mee te gaan in het beleid van de bank. De
vraag is waar de zorgplicht dan eigenlijk
ligt. De vraag is ook of financiële instellingen,
als er weer zo’n crisis komt, die risico’s
nog wel willen lopen. “
Schotsman: “Strategische allocatie is het
allerbelangrijkste en stockpicking is van
ondergeschikt belang. Steeds meer mensen
zullen de fondsselectie door een vermogensbeheerder
laten regelen. Mijn taak als
adviseur is dan nog steeds om ze te begeleiden
in het proces om meer of minder risico
te nemen. Dat is het belangrijkste. Ik vind
het jammer in die zin dat ik het nog altijd
leuk vind om goede beleggingen te verzinnen,
maar het is nu al zo’n klein deel van
mijn werk, dat dat al niet relevant meer is.”
Jans: “De geschiedenis herhaalt zich. Voor
een periode zal er best een grote focus zijn
op risk management en minder op rendementspotentieel.
Maar het geheugen van
de markt is over het algemeen kort, dus
voor je het weet ga je weer een tijdperk in
waarin de focus op rendement komt te liggen.
In die zin is de kredietcrisis niet anders
dan de crises hiervoor.”
Dit is deel twee van het rondetafelgesprek Een vak apart, dat eerder is verschenen in IEXProfs Magazine 01/10. Klik hier voor deel I
Pieter Kort is hoofdredacteur van IEX/Debeurs.nl. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Klik hier voor een overzicht van de beleggingen van de IEX redactie.