IEXProfs: Er is veel gebeurd in de laatste tien jaar. De AEX is gehalveerd, er zijn veel nieuwe beleggingsproducten bijgekomen, de regelgeving is strenger geworden en we hebben net een van de diepste financiële crises aller tijden meegemaakt. Wat heeft dat allemaal betekend voor het vak van
beleggingsadviseur?
Vakbroeders
De deelnemers aan de IEXProfs rondetafeldiscussie (van links naar rechts):
- Bob Schotsman, senior beleggingsadviseur private wealth management bij F. van Lanschot Bankiers.
- Kian Liem, vermogensbeheerder bij Het Haags Effektenkantoor.
- Peter Hietink, beleggingsadviseur bij ABN Amro en lid Raad van Advies IEXProfs.
- Walter Jans, directeur van BBOC, een onafhankelijk kenniscentrum en
opleidingsinsttuut voor beleggingsadviseurs.
Peter Hietink: “Als ik mijn eigen rol als beleggingsadviseur moet omschrijven dan was ik vroeger intermediair tussen de klant
en de beurs en nu meer intermediair tussen
de klant en de bank. Het risicomanagement
kostte vroeger misschien 20% van mijn
tijd, maar nu wel 60%. Dat is overigens niet
negatief, maar wel een verandering.”
Kian Liem: “Cliënten zijn ook een stuk mondiger geworden. Het laatste decennium
heeft de AEX inclusief dividend ongeveer
-31% gedaan. Met de kredietcrisis als klap
op de vuurpijl. Voor de kredietcrisis keken
beleggers vooral naar rendement. Wat kan
ik verdienen? Nu letten ze veel meer op
kosten en op de stabiliteit van financiële
instellingen.”
Walter Jans: “Nieuwe regelgeving is daarbij
centraal komen te staan, maar deze regelgeving
waarborgt niet altijd het beste beleggingsadvies.
Het gevaar is dat adviseurs
de regelgeving gaan gebruiken om zich in
te dekken. Dat hoeft niet altijd ten goede
van het advies te komen. De regelgeving is
bedoeld om van productgerichte verkoop
naar klantgerichte advisering te gaan. Dat
is voor een deel wel gelukt. Maar het kan
ook beklemmend werken.”
Bob Schotsman: “Veel mensen gingen er
vanuit dat het met aandelen altijd wel
goed zou komen. Je ziet nog steeds dat de
verwachte rendementen op aandelen 4 à
5% hoger liggen dan de verwachte rendementen
op obligaties. Dat geeft mensen
het idee dat ze met meer risico toch een
hoger rendement gaan halen. Wij hameren
nu juist op de negatieve aspecten van het
beleggen in aandelen. Je moet mensen
bewust maken van de risico’s. Vroeger
werden er mooie plaatjes geschetst: als het
gemiddelde rendement zo hoog is, dan heb
je na zoveel jaar zoveel. Wij gaan steeds
meer met scenario-analyses werken. Wat
gebeurt er als de beurs eerst +30% en dan
-20% doet?”
Jans: “Daarmee zet je de advieswereld behoorlijk op zijn kop. Bij het CPB werken ze nu ook met scenarioprognoses. Dat is ook
in dit vak veel realistischer. Er is niet één
belegger die precies dat historische rendement
van 9% op de MSCI-index haalt.
Uitgaande van een statistische normale
verdeling haalt 50% minder en 50% haalt
meer.”
Liem: “Ja, maar dit is al stap twee. Het
begint bij het stellen van de goede vragen
aan een cliënt. Wat zijn zijn doelen, wat zijn
zijn wensen, hoe kijkt hij aan tegen risico?
Heeft hij ervaring met beleggen? Daarna ga
je kijken of die doelstellingen wel haalbaar
zijn? In dat deel van het advies is in het
verleden ook veel fout gegaan.”
Jans: “Maar als je haalbaarheidspercentages
gaat hanteren loop je het gevaar dat
als je zegt: ‘de kans dat we het gaan halen
is 80%’, dat zo’n klant je aankijkt en denkt:
‘wat moet ik daarmee?’ Voor ons heeft het
begrip risico een andere lading dan voor de
klant.”
Hietink: “Je moet je afvragen: is mijn baan
als beleggingsadviseur het voorrekenen
van een rendement aan een client of is mijn
baan het zo goed mogelijk begeleiden van
de keuze van die cliënt om te gaan beleggen?
Ik denk dat het dat laatste is. Wat door
de crisis aan de oppervlakte kwam is dat
men vaak op zoek ging naar rendement dat
er niet was. Er is een wildgroei ontstaan die
niet meer te houden was. We willen heel
graag rendement voorschotelen, maar is
het wel realistisch? Ik zeg altijd: ik ben geen
beleggen-adviseur, maar een beleggings-
adviseur. Ik adviseer mensen niet om te
gaan beleggen, maar ik adviseer ze als ze
die keuze al gemaakt hebben.”
Schotsman: “Je bent wel onderdeel van dat
traject, als de klant die keuze maakt?”
Hietink: “Soms wel, maar je moet daarin zo min mogelijk sturend zijn.”
Liem: “Dat ben ik niet helemaal met je eens. Ik denk dat je als adviseur ook de taak hebt om te sturen. Dat kan ook betekenen dat je
af en toe nee moet verkopen. Als je met een
prospect aan tafel zit en je weet dat de doelen
niet realiseerbaar zijn, dan is het je taak
om dat kenbaar te maken. Op basis daarvan
zou hij zijn verwachtingspatroon kunnen
bijstellen. En zo niet, dan houdt het op.”
Hietink: “Er zijn te veel mensen gaan beleggen
die eigenlijk niet hadden moeten gaan
beleggen.”

IEXProfs: Vroeger bestond een beleggingsadvies
vaak uit een specifieke portefeuille
van losse aandelen en obligaties. Door de
opkomst van producten en risicoprofielen is
dat ook veranderd. Hoe ziet een advies er bij
jullie uit?
Schotsman: “Alles kan, maar mijn belangrijkste
rol als adviseur is het bepalen van de
juiste asset allocatie.”
Liem: “Ja, 75% van het resultaat wordt behaald
door asset allocatie-beslissingen. De
asset allocatie is je eerste verdedigingslinie.
De tactische invulling is stap twee.”
Schotsman: “Er is wel een enorme verschuiving
gaande van individuele aandelen naar
beleggingsfondsen of trackers. Eerst vanuit
de bank, maar je merkt nu ook dat klanten
zelf vragen naar beleggingsfondsen of
trackers.”
Liem: “De bijdrage van een adviseur of
beheerder speelt zich op twee vlakken af.
In eerste instantie op een goede inventarisatie
van de behoeftes van de cliënt en het
zoeken van een passende strategie daarbij.
Daarnaast zit de toegevoegde waarde in
het nemen van asset allocatie-beslissingen.
Niemand heeft foutloos de crisis voorspeld,
maar er waren al vroeg signalen dat het
wat minder goed zou gaan. Daar kun je je
asset allocatie op aanpassen, door binnen
de overeengekomen grenzen bijvoorbeeld
de weging aandelen wat aan te passen ten
gunste van meer defensieve beleggingen.”
Hietink: “Een van de voordelen van de regelgeving
die steeds wordt aangescherpt is dat
je min of meer wordt gedwongen om met je
klanten steeds een soort nulmeting te doen.
Ik ben het er helemaal mee eens dat de strategische
asset allocatie uiteindelijk doorslaggevend
is voor het langetermijnrendement,
maar je moet om de zoveel tijd ook de
uitgangspunten van de klant opnieuw in
kaart brengen. In zo’n crisis gaat alles heel
hard en ben je volledig bezig met risicobeheersing.
Ondertussen worden mensen wel
twee tot drie jaar ouder en verandert hun
persoonlijke situatie. Die nulmeting moet je
keer op keer blijven doen. Vroeger was het:
kom lekker bij ons beleggen. Tegenwoordig
is het: eerst een goed financieel plan maken.
Pas in een latere fase gaan we het eens
over beleggen hebben. Die beginfase is veel
belangrijker aan het worden.”
Jans: “Toch denk ik dat veel klanten nog
steeds naar jullie toekomen met het idee
dat jullie een kristallen bol hebben die het
snoepje van de week kan aanwijzen.”
Schotsman: “Ik denk dat dat nog geen 5% van mijn klanten zijn, hoor, die echt actief willen beleggen.”

IEXProfs: Wie zijn er nu eigenlijk het voorzichtigst?
De adviseurs of de klanten?
Schotsman: “Ik heb klanten die twee crises na elkaar hebben meegemaakt. Die zijn echt voorzichtiger geworden. Wat ook
meespeelt is dat je pensioen dichterbij
komt, dus dan ga je vanzelf voorzichtiger
beleggen.”
Liem: “Beleggers vertonen vaak kuddegedrag.
In het voorjaar van 2009 wilde
iedereen door dezelfde draaideur naar
buiten. Ze komen vaak pas weer de markt
in op het moment dat de mooiste tijd
voorbij is. Het loont om tegen de kudde
in te gaan, maar het is lastig om ze er van
te overtuigen dat het een goed instapmoment
is.”
Jans: “Dat vereist commerciële vaardigheden.
Ik spreek veel intermediairs die te
maken hebben met kleinere retailklanten.
Die mensen hebben hun buik he-le-maal
vol van beleggen. Ik had gehoopt dat het
beleggen dit jaar weer opgepakt zou worden
door intermediairs – ook vanwege de
rentedaling – maar ik zie dat bij de kleine
klanten helemaal niet terug.“
Hietink: “In tijden van crisis gaan mensen
meer sparen. Dat heeft niet zozeer te maken
met de omvang van hun portefeuilles,
maar meer met het idee dat ze meer liquide
willen zijn. Daar ligt onzekerheid aan ten
grondslag. Mensen zijn nog steeds angstig
en ze zien ook nog geen krantenkoppen dat
het ergste voorbij is.”
Liem: “Er is een mismatch tussen de reële
economie en de financiële markt. De eerste
signalen waren in principe al zichtbaar
in 2007. In de echte economie was er toen
nog niets aan de hand. We zitten nu juist
in de fase waarin de financiële markten
alweer behoorlijk hersteld zijn, maar
tegelijkertijd zien we de werkloosheid en
het aantal faillissementen nog oplopen.
Dat is ook iets wat je de eindbelegger
probeert uit te leggen. Die ziet alleen maar
dikke chocoladeletters in de krant over de
economie.”
Jans: "Graag leg ik de volgende stelling en vraag
neer. Volgens mij was het probleem
in 2008 niet zozeer dat de aandelenmarkt
omlaag ging, maar vooral dat het fixed
income gedeelte niet meer werd ingevuld
met traditonele staatsobligaties, maar met
structured products, rommelhypotheken,
hoe je het ook noemen wil. Agressievere
producten. Had dat iets met integriteit te
maken? Omdat het producten waren waar
ook een hogere verdienste zat? Of dacht
iedereen gewoon dat dat echt veilig was?"
Hietink: “In de periode waarin die hoger renderende obligatiestructuren populair
waren was de rente laag. Mensen
gingen op zoek naar rendement. Daar
zijn structuren voor verzonnen, die allemaal
waren gebaseerd op een bepaalde
rentestructuur. Maar in 2008 ging het
niet alleen verkeerd met de rente, maar
ook met de uitgevende instellingen. In
deze sector gebeurde iets soortgelijks als
in de aandelenmarkt: in maart stonden
sommige perpetuals en steepeners op 20
à 30%, maar sommige stonden niet veel
later weer boven de 90%. Mensen zijn,
soms gedwongen, op hele nare momenten
uitgestapt. Heeft dat te maken met
integriteit? Ik denk het niet. Ik heb ze zelf
ook wel eens aangeraden. De wereld is
alleen heel snel veranderd.”
Liem: “Je hebt het wel over een systeemcrisis.
Het volledig opdrogen van liquiditeit.
Dat heeft niets met integriteit te maken. Dit
was ook voor professionals niet te voorzien.
Het gevolg is wel dat beleggers veel meer
doordrongen zijn van risico en rendement.
Dat is het positieve uitvloeisel.”
Dit is deel een van het rondetafelgesprek Een vak apart, dat eerder is verschenen in IEXProfs Magazine 01/10. Klik hier voor deel II.
Pieter Kort is hoofdredacteur van IEX/Debeurs.nl. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Klik hier voor een overzicht van de beleggingen van de IEX redactie.