Voordat de crisis in 2008 uitbrak was diversificatie een belangrijke trend binnen beleggen. Dankzij toevoeging van alternatieve beleggingen kunnen portefeuilles minder risicovol worden. Dit kan dankzij de gunstige correlaties met traditionele beleggingen.
Is dit te mooi om waar te zijn? In veel gevallen wel: de correlaties tussen aandelen en alternatieve beleggingen bleken in 2008 bijvoorbeeld aanzienlijk hoger te liggen dan menigeen had voorzien. Zo daalden niet alleen de aandelenmarkten sterk (AEX: -50%), maar kende ook vastgoed (EPRA World: -45%), high yield (Merril Lynch Eurozone: -34% ) en zelfs hedgefunds (HFRI index: -22%) een rampzalig jaar.
Daarnaast leerden beleggers een belangrijke les: voor diversificatie kan een hoge prijs worden betaald, namelijk liquiditeit of het gebrek daaraan. Deze les kostte diverse hedgefund- en CDO-beheerders hun baan en hun klanten (een groot deel van) hun geld. Dit heeft er weer toe geleid dat beleggers opnieuw op zoek zijn gegaan naar alternatieve beleggingscategorieën.
Eén van de interessante ontwikkelingen op dit gebied is de introductie van het DB Platinum Currency Returns Plus fonds (DB CR+). Het fonds is een ETF waarin drie valutastrategieën zijn opgenomen voor de prijs van één tracker. Dit stelt beleggers in staat om eenvoudig en tegen lage kosten te beleggen in een veelbelovende alternatieve beleggingscategorie.
4P-analyse
Om de beste fondsen wereldwijd te kunnen selecteren gebruiken we de 4P-analyse, een intern ontwikkeld selectiemodel waarmee we de do-ers van de bluffers proberen te onderscheiden. In onderstaand oog staan de scores (1 tot en met 5) voor DB CR+ afgebeeld op de vier voor een tracker belangrijkste P’s: philosophy (filosofie), process (proces), price (kosten) en performance (rendement). Deze vier P’s zijn aangevuld met acht andere factoren waarmee een topfonds kan worden geïdentificeerd. Wat opvalt, is dat het fonds met name goed scoort op het gebied van prijs en rendement.

Filosofie en kosten
De filosofie van het fonds is in het kort: liquide diversificatie tegen een messcherpe prijs. Om met het eerste te beginnen: de omvang en liquiditeit van valutamarkten kent zijn gelijke niet binnen de financiële markten. Daarnaast zijn valutastrategieën relatief ongecorreleerd met de aandelenmarkt.
Valutahandel is namelijk relatief. Het is onmogelijk dat alle valuta’s dalen ook al dalen alle aandelen. Tegenover iedere verzwakkende valuta staat immers een valuta die sterker wordt. Tot slot speelt Deutsche Bank (DB) handig in op de behoefte in kosteneffectieve en transparante producten door een passief beheerd valutafonds op te richten.
Het DB CR+ werd op 17 september 2009 gelanceerd en biedt dagelijkse liquiditeit tegen lage kosten vanaf 0,35% per jaar. Een minpunt van de filosofie is dat DB de index zelf heeft bedacht en geen algemene marktindex is. In die zin is het meer een hedgefund zonder menselijke discretie waarbij de strategie volledig transparant is dan een echte ETF of tracker die een index volgt.
Proces
Het fonds bestaat uit drie verschillende strategieën met elk een vaste weging van 33,3%. Dit zijn de meest gebruikte strategieën van valutahandelaren. Bovendien zijn er veel academische studies naar deze strategieën gedaan:
- momentum-strategie
- valuation-strategie
- carry-stratege
Bij de momentum-strategie wordt gebruikgemaakt van korte- en middellangetermijntrends in valutamarkten. Er worden longposities ingenomen in de drie munten die het meest zijn aangesterkt ten opzichte van de dollar en shortposities in de drie munten die het meest zijn verzwakt. Dit gebeurt op basis van twaalfmaands voortschrijdende gemiddelden.
De valuation-strategie speelt in op het principe dat op termijn munten zullen convergeren naar fair value, gebaseerd op koopkracht (OECD Purchasing Power Parity). De drie meest ondergewaardeerde valuta’s (ten opzichte van de dollar) worden aangekocht, terwijl de drie meest overgewaardeerde munten worden verkocht. Op de korte termijn is de fair value echter weinig relevant voor valutabewegingen, maar op (middel)lange termijn wel.
Ter illustratie is voor enkele munten de koopkrachtpariteit berekend op basis van de Big Mac Index (DB gebruikt een meer geavanceerde maatstaf, maar het principe is hetzelfde). De meest ondergewaardeerde munt is de Chinese Renminbi en de meest overgewaardeerde munt de Noorse Kroon. In Noorwegen is een Big Mac zelfs bijna een keer zo duur als in de Verenigde Staten.

Ten slotte is er de carry-strategie. Bij deze strategie worden valuta met lage rentestanden verkocht, en valuta met hoge rentestanden gekocht. Naast de bovengenoemde G10 munten kan het fonds binnen deze strategie ook long- en shortgaan in tien valuta’s uit de emerging markets.
Rendementen
Er bestaat een backtest (simulatie) van de strategie sinds 1999. Tussen 1999 en 2009 heeft het fonds een gemiddeld jaarlijks rendement van circa 9% behaald bij een volatiliteit van circa 5%. Hiermee heeft het fonds de gemiddelde inflatie ruimschoots overtroffen, en tevens een hoger rendement neergezet dan de DJ Eurostoxx 50 (Equities: DJ EURO STOXX 50 Total Return) of Europese staatsobligaties (Bonds: Bloomberg Bond Index Euro Government All >1Yr Total Return).
Op basis van simulaties heeft het fonds in 2007 en 2008 mager gepresteerd, hoewel 2009 een goed jaar was. Op lange termijn is de carry-strategie (gemiddeld 12% per jaar bij een volatiliteit van 11%) de best renderende strategie gevolgd door valuation (gemiddeld 8% per jaar bij een volatiliteit van 9%) en momentum (gemiddeld 4% per jaar en een volatiliteit van 11%). Doordat de correlaties tussen de drie strategieën nihil is, is het risico van het fonds beduidend gunstiger dan van de individuele componenten.
Tijdens voorgaande bearmarkten/recessies heeft het fonds goed standgehouden. In deze markten kon het fonds ondanks een daling van de Carry-strategie toch positieve rendementen behalen door sterke prestaties van de momentum- en valuation-strategie.

Tot slot
Het is nog te vroeg om het Platinum Currency Returns Plus fonds de heilige graal van het nieuwe beleggen te noemen. Hoewel het fonds alle kenmerken van toekomstig succes in zich heeft: hoge mate van transparantie, lage kosten en een lage correlatie met de beurs, is dat nog veel te vroeg. Het fonds bestaat immers pas enkele maanden en dat is een te korte periode voor harde conclusies.
Ook zijn de wonden nog te vers van vermeend ongecorreleerde fondsen die toen het erop aankwam genadeloos door het ijs zakten. Desalniettemin is het fonds interessant genoeg om goed in de gaten te houden en om alvast een deel van je vermogen in te beleggen.
Michel Klaster is directeur van Paerel Vermogensbeheer. Klaster is econometrist en macro-econoom en baseert zijn visie niet alleen op kwantitatieve en economische modellen maar ook op technische analyse. Klaster heeft diverse beleggingsfondsen opgericht waaronder het Paerel Alternative Fund. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als een individuele aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Iedere belegging, die u overweegt, dient u te toetsen aan uw persoonlijk beleggersprofiel of te bespreken met uw beleggingsadviseur. De beleggingsfondsen of andere financiële titels die worden besproken kunnen onderdeel uitmaken van de portefeuilles van Paerel. Surf naar www.paerel.nl voor de meest recente portefeuille overzichten. Paerel Vermogensbeheer B.V. is een beleggingsonderneming en staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandse Bank.