De adviseur op de pijnbank

De financieel adviseur zou eens eerlijk in de spiegel moeten kijken en zich afvragen of hij aan zijn fiduciaire plicht voldoet. Mocht u niet weten wat dat is, dan bent u niet de enige. Carl Richards roept beleggers op eens een paar eerlijke vragen te stellen aan hun financieel adviseur. Een fiduciaire handelt slechts in het belang van zijn cliënt en niet in dat van hemzelf of derden. De cliënt en het juiste advies aan hem staat centraal.

Iedereen begrijpt dat er een verschil is tussen een verkoper en een adviseur, het verwarrende in de financiële sector is dat vele verkopers zich adviseur noemen. Helaas kent iedereen de voorbeelden van adviseurs die niet het belang van de cliënt, maar dat van zichzelf of de firma waarvoor zij werken voorop zetten. In de sector is een debat gaande wat hieraan gedaan kan worden. Maar Carl Richards pleit simpelweg ervoor om jezelf  af te vragen of je adviseur werkt als een fiduciaire. En heb je twijfels, stel je vragen aan je adviseur.

  • Zet hij jouw belang vòòr dat van hemzelf of de firma waarvoor hij werkt?
  • Kent de firma waarvoor hij werkt een cultuur waarin het belang van de cliënten voorop staat?
  • Doen zij hun best duidelijk te maken hoe zij hun geld verdienen, of aan te tonen als enige belangenverstrengeling is?


Wat voor antwoord krijg je?
Er bestaan interne handreikingen hoe met moeilijke vragen om te gaan. Rick Ferri ziet vooral gevaren bij adviseurs die hun geld verdienen met beheervergoedingen. Al langer is er een discussie over de hoogte van de fees. State Street Global Advisors geeft de financieel adviseur advies hoe te reageren als cliënten klagen over de hoogte van de vergoedingen.

Hun advies  is gebaseerd op een eerder artikel van de Wharton School over de relatie van adviseur en cliënt, daarop baseert Ferri zich. De Wharton School constateert dat er een kloof zit tussen de waardering die beleggers hechten aan de expertise van de adviseur en de eigen visie van de professional daarop. Onnodig te stellen dat de financieel adviseur erg ingenomen is met zichzelf.

Het artikel signaleert eenzelfde kloof over de mening hoe goed de dienstverlening is. De adviseur ziet zijn performance van hoger niveau dan de klant. De adviezen om die kloof overbruggen zijn geheel geschreven vanuit het perspectief van de financieel adviseur en hebben als doelstelling de perceptie van de beleggers  over de beloning en het functioneren van de adviseur te verbeteren.

Boiler room-praktijken
Rick Ferri noemt dit 'boiler room tactieken', naar de film Boiler Room uit 2000 die alle beleggers zouden moeten zien. Het artikel van Wharton School benadrukt dat de diensten van de financieel adviseur een kritische succesfactor zijn. Uit onderzoek zou blijken wat de negatieve consequenties zijn als een belegger zijn portefeuille niet actief laat beheren. Alsof dat laatste de norm is.

Veel adviseurs raden dat ook hun cliënten aan, ook al komen zij aan met een goed gediversifieerde portefeuille met lage kosten. De studie benadrukt ook de actieve selectie van andere vermogensbeheerders. Dat is volgens hen een dermate gecompliceerd proces dat een belegger dat niet zelf kan doen. Opvallend noemt Ferri het ontbreken van enig advies om de beheerkosten te verlagen.

Dat mogelijk de perceptie van beleggers kan verbeteren als de kosten omlaag gaan is blijkbaar bij de wetenschappers van de University of Pennsylvania nog niet opgekomen. De technologische ontwikkelingen zorgen immers voor meer efficiëntie, hogere productiviteit tegen lagere kosten. Maar dat proces lijkt nog niet doorgedrongen te zijn in de financiële sector. Ferri noemt zichzelf niet voor niets een fanatiek aanhanger van de lage-kosten-fonden en etf's.

Lage vergoeding, matige dienstverlening?
Klaagt dan een cliënt over de hoge vergoedingen, dan adviseert Wharton School haar lezers om de klant te dreigen met matige dienstverlening. Verder kan men zich ook verschuilen achter de hoge vergoedingen die nu eenmaal in de industrie gelden. Het beste kan men maar aan het begin van het gesprek openheid geven over de fee. Aan het einde van het gesprek is de cliënt het namelijk goeddeels vergeten.

Er staan ook gezonde beleggingsprincipes in dit artikel van Wharton School, zoals het feit dat de adviseurs zich moeten richten op de lange termijn doelen en niet moeten gaan voor korte termijn prestaties. Tja. Misschien is het goed als adviseurs nog eens eerlijk in de spiegel kijken en zich afvragen: handel ik fiduciair? Anders kunnen beleggers hen helpen en vragen om een fiduciair antwoord.

 

 


De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees ook

Drie kernvragen voor een adviseur

28-mrt-14 09:30 - IEXProfs Redactie

De belangrijkste vragen betreffen filosofie, dienstverlening en kosten. Een bevredigend antwoord helpt in de selectie.

Ah! U maakt het zelf wel uit?

26-feb-14 10:30 - Peter van Kleef

Nederlandse belegger is niet alleen de meest optimistische in Europa, ook de meest eigenzinnige. En dat is zorgwekkend.

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Meedoen aan de discussie?

Word nu gratis lid of log in met je emailadres en wachtwoord