Duitsland tussen hoop en vrees: Aufbruch of Untergang Duitsland zit in een diep dal. Vooral de industrie heeft te lijden onder geopolitieke spanningen, groeiende Chinese concurrentie, bureaucratie en hoge lastendruk. Toch staat de beurs op flinke winst vanwege aangekondigde hervormingen en een infrastructuurfonds dat de economie een lift kan geven. 17 november 2025 08:00 • Door Maurits Kuypers Er lijkt geen eind te komen aan de negatieve berichtgeving over de Duitse economie. Overal, in gedrukte en online media, regent het onheilspellende krantenkoppen. “Faillissementsgolf houdt aan.” “Duitse industrie ziet concurrentievermogen op recorddiepte.” “De knock-out komt dichterbij: productie chemiesector daalt verder.” “Gisteren koning, vandaag crisis: hoe het ervoor staat bij Duitse autobedrijven.” “Pensioenpremies stijgen, welvaart daalt: schokstudie onthult donkere vooruitzichten.” Tel daarbij op de hobbelige wegen, het stokkende treinverkeer, het gebrekkige elektriciteitsnet en de duizenden dakloze bedelaars die in de grote steden ronddwalen en er ontstaat al snel een beeld van een land in verval, dat geen schaduw meer is van de industriële grootmacht van weleer. "Vijf jaar zonder groei dat is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen" De macro-economische feiten spreken ook niet in het voordeel van Duitsland. Sinds corona is de economie nauwelijks gegroeid. Vijf jaar zonder groei, dat is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen. Geen investeringen Een paar weken geleden vatte president Clemens Fuest van het economisch onderzoeksinstituut Ifo uit München (een soort Centraal Planbureau) de situatie samen aan de hand van drie simpele grafieken: een toont de overheidsconsumptie, een tweede het bruto nationaal product en een derde de particuliere investeringen. De eerste lijn is sinds 2015 met 32% gestegen. De tweede is zo goed als horizontaal en de derde keldert. De overheid geeft dus steeds meer geld uit aan zaken die geen groei opleveren, terwijl de economie stagneert en bedrijven niet meer willen investeren, of dat liever doen in het buitenland. Bij overheidsconsumptie heb je het in de regel over uitgaven die niet direct leiden tot meer productie of productiviteit. Dat zijn bijvoorbeeld zorgkosten en staatspensioenen. Op zich niks mis mee, maar de nadruk zou volgens Fuest de komende jaren veel meer moeten liggen op overheidsinvesteringen. 500 miljard voor infrastructuur Fuest is net als veel andere economen daarom blij met het Sondervermögen für Infrastruktur und Klimaneutralität. Als er meer wordt geïnvesteerd in een goede infrastructuur maakt dat het leven voor mens en bedrijf een stuk aangenamer. Het verbetert het investeringsklimaat en de groei kan toenemen. Met het infrastructuurfonds van 500 miljard euro bovenop de normale begroting, uitgesmeerd over een periode van ruim 10 jaar, kan achterstallig onderhoud worden aangepakt in wegen, het spoor, digitalisering en het stroomnet. Daar komt nog het deels al uitgegeven speciale fonds voor defensie bij van 100 miljard euro. Dat schept sowieso banen in bijvoorbeeld de bouw en bij ingenieursbureaus. Maar belangrijker is dat het zorgt voor groei op de lange termijn. Dat de schuldquote daardoor oploopt van ruim 60% richting 90% is vervelend, maar geen ramp, mits die groei er ook echt komt. De Sachverständigenrat De Sachverständigenrat zur Begutachtung der gesamtwirtschaftlichen Entwicklung ziet dat net zo. Deze raad van economische wijzen is een belangrijk adviesorgaan voor de Bondsregering en kwam vorige week met een dik jaarverslag met de titel Perspektiven für morgen schaffen – Chancen nicht verspielen. Ook zij zien in het infrastructuurfonds een grote kans die echter verspeeld dreigt te worden. "De richting is goed, maar de uitvoering is matig”, stelde voorzitter Monika Schnitzer, hoogleraar aan de Ludwig-Maximilians-Universität München, afgelopen week. Het infrastructuurfonds zorgt volgens haar zeker voor meer groei. Volgend jaar kan de teller oplopen naar 0,9%, waarmee de economische wijzen nog redelijk voorzichtig zijn. Andere economen rekenen op meer. Vergrijzing Maar één jaar is niks, alles draait om de lange termijn, zeker als beseft wordt dat de Duitse bevolking er niet jonger op wordt. "Duitsland moet productiever en innovatiever worden", zegt Schnitzer. “Maar dan moet het geld uit het infrastructuurfonds wel aan de goede zaken worden uitgegeven en het moet ook om daadwerkelijk extra investeringen gaan. Nu verdwijnt een groot deel in de normale begroting om daar gaten te stoppen, waardoor het effect verwatert en het niet zorgt voor een duurzame groei-impuls.” De economische wijzen zien daarom grote noodzaak tot verbetering, want je kan het geld maar een keer uitgeven. Te veel regels Een ander gigantisch probleem dat moet worden aangepakt, is de bureaucratie. Vrijwel alle economen zijn het erover eens dat bedrijven, maar ook huishoudens, te maken hebben met onduidelijke en veelal overvloedige regelgeving die ook nog eens om vaak onduidelijke redenen verspreid is over verschillende ministeries, centrale en regionale overheden. De Duitse regering heeft de ernst van dit probleem gelukkig onderkend. Er is zelfs een speciale minister voor aangesteld om te zorgen voor betere regelgeving en digitalisering. Volgens de Sachverständigen heeft dit sporadisch weliswaar enkele verbeteringen opgeleverd, maar de grote sprong voorwaarts moet nog gemaakt worden. Het Ifo-instituut denkt dat op die manier jaarlijks 146 miljard euro winst te behalen valt. "Er is zelfs een speciale minister voor aangesteld om te zorgen voor betere regelgeving" Te hoge winstbelasting Verder – en ook daar zijn de meeste economen het over eens – moet de lastendruk voor bedrijven omlaag. Met de zogenoemde Industriestrom heeft de Bondsregering een stap gezet om in ieder geval industriebedrijven een steuntje in de rug te geven. Verder wordt er gesleuteld aan het belastingsysteem met bijvoorbeeld andere afschrijvingsregels voor kapitaalgoederen en de mogelijkheid voor gepensioneerden om fiscaal vriendelijk door te blijven werken. Maar ook hier is het rapportcijfer van de Sachverständigen eerder onvoldoende. Duitsland zit bij de belastingdruk voor bedrijven op een niveau van ongeveer 28,5%. Dat is hoog in vergelijking met andere grote industrielanden. Dat ondermijnt het concurrentievermogen in het buitenland. Er is volgens de economische wijzen meer nodig dan een beetje sleutelen. "Vijftien jaar onderinvesteringen, een gebrek aan structurele hervormingen en de opkomst van China als geduchte concurrent heeft het Duitse economische model uitgehold", was de reactie van econoom Carsten Brzeski van ING op het rapport van de economische wijzen. Beleggers zijn optimistischer Er is kortom nog veel werk aan de winkel voor de Bondsregering van Friedrich Merz. Het infrastructuurfonds moet meer “echte” investeringen opleveren. De bureaucratie moet bedrijven aanmoedigen om te investeren en niet afschrikken. Het belastingsysteem moet op de schop. En het pensioen- en zorgstelsel moeten worden klaargestoomd voor een toekomst met steeds meer ouderen en minder werkenden. Maar is dat reden om super negatief te zijn? Dat ook weer niet. Er zijn zeker lichtpunten, anders zouden beursindices als de DAX, MDAX en SDAX de laatste 12 maanden niet zo hard zijn opgelopen. De DAX is de laatste vijf jaar zelfs met meer dan 80% gestegen, wat niet klinkt als een ondergangsstemming, maar meer als een van optimisme, een Aufbruchstimmung in een snel veranderende wereld. Alles hangt af van de uitvoering Bij economen is de stemming verdeeld. De eerder genoemde Fuest van het Ifo-instituut ziet het soms somber in. Tegen de Bild Zeitung sprak hij onlangs van een dramatische Lage waarin de economie zich bevindt. “Zonder een grote hervormingsagenda is het verval van de Duitse economie niet tegen te houden.” Hij geeft de regering Merz tot volgend jaar lente om met een degelijk concept voor de toekomst te komen. Anders wordt het niks. Jari Stehn, chefeconoom van Goldman Sachs, is een stuk positiever. Hij heeft er vertrouwen in dat Merz de economie weer op de rails krijgt met onder andere het infrastructuurfonds en hervormingen. Hij verwacht volgend jaar een groei van 1,4%. “De tijden waarin Duitsland de eurozone afremde, zijn dan voorbij.” Om met de Sachverständigen te spreken: alles hangt af van de politieke bereidheid tot hervormingen. Bedrijven moeten weer zin krijgen om te investeren, de overheid op de schop. Ook de Europese overigens, want er is de laatste jaren te weinig gedaan aan het wegwerken van interne handelsbarrières in de EU, terwijl dat juist nu zo hard nodig is. Lees ook: Duitsers laten begrotingsdicscipline los en daar komen problemen van. Deel via:
Impactbeleggen 14 jan Impactbeleggen: van niche naar schaal Sinds 2019 groeide het kapitaal dat naar impactbeleggingen ging met 19% per jaar. In 2024 bedroeg de totale markt 1,6 biljoen dollar, aldus het Global Impact Investing Network (GIIN).
Impactbeleggen 12 jan Nieuw pensioenstelsel is katalysator voor impactbeleggen Volgens directievoorzitter Maureen Schlejen van Achmea IM pakt het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) goed uit voor impactbeleggen. Dat is een gunstige ontwikkeling. "Pensioenfondsen die impact structureel integreren, versterken niet alleen hun portefeuille onder de Wtp, maar dragen ook bij aan een veerkrachtige economie en een leefbare wereld voor toekomstige generaties."
Impactbeleggen 05 jan Natuur krijgt een prijskaartje Water, bodem en biodiversiteit raken schaarser. Dat brengt risico’s én kansen voor beleggers met zich mee. Wat lange tijd nauwelijks werd meegenomen in financiële analyses begint nu door te werken in beleggingskeuzes, aldus BlackRock Investment Institute.
Impactbeleggen 24 dec “De problemen die impactbeleggers willen oplossen, zijn reëel” Baillie Gifford houdt vast aan een overtuiging die de Schotse vermogensbeheerder al decennia huldigt: bedrijven die grote problemen oplossen, zijn structureel beter gepositioneerd voor groei. Dat maakt impactbeleggen volgens Rosie Rankin, hoofd impactstrategie van Baillie Gifford, tot een no brainer. Rob Stallinga sprak met haar.
Impactbeleggen 22 dec Impactfondsen zorgen inderdaad voor positieve veranderingen Private equity impactfondsen hebben volgens een recente Amerikaanse studie positieve effecten op de arbeidsomstandigheden. De fondsen investeren vaker in arme buurten en bedrijven waar vrouwen en mensen van kleur duidelijk betere carrièrekansen hebben.
Impactbeleggen 17 dec “ESG minder populair? Daar merk ik weinig van” John Ploeg, hoofd ESG-onderzoek bij PGIM, over de impopulariteit van duurzaam beleggen (niet), het rendementsverlies dat beleggers door ESG lopen (ook niet), de schade door klimaatverandering (zwaar onderschat), de oplossing die green bonds bieden (valt tegen) en de noodzaak van meer nucleaire energie (goed idee, mits met gemoderniseerde oude centrales).