Het valse beeld van dividendgroeifondsen Bij dividendgroeifondsen denken mensen snel aan kwaliteitsbedrijven met een snelgroeiende omzet, winst en dividend. Een garant voor een vorstelijk rendement. Daar bleek de laatste jaren weinig van te kloppen. 21 augustus 2025 08:00 • Door IEXProfs Redactie Dividendfondsen bestaan er in talloze vormen en maten. Van gewone dividendfondsen tot hoog-dividendfondsen en van Europese tot Amerikaanse. Een van de meest populaire vormen zijn de dividend growth funds. Veel mensen zullen bij die fondsen denken aan een mooie mix van bedrijven met een hoge omzetgroei en winstmarges. Het zijn defensieve fondsen die minder volatiel zijn dan de markt met een uitstekende concurrentiepositie. En het zijn financieel gezonde bedrijven met een sterke balans en cashflow die recessies makkelijk doorstaan. Klinkt allemaal fantastisch, maar veel ervan klopt niet, schrijft Dan Lefkovitz van Morningstar in een opiniestuk. Tegenvallende rendementen Allereerst zou je van dit soort bedrijven verwachten dat ze het beter doen dan de markt. Dat blijkt echter niet zo te zijn. Althans niet de laatste 10 jaar in de VS. Dividendgroeifondsen doen het weliswaar beter dan hoog-dividendfondsen, maar slechter dan het beursgemiddelde. Waar hebben ze die underperformance aan te danken? Lefkovitz heeft de US Morningstar Dividend Growth-index vergeleken met de US Market-index, waarbij de eerste mikt op large-, mid- en small-caps die minstens vijf jaar hun cashuitkeringen hebben verhoogd. Om in de index te worden opgenomen, moeten bedrijven bovendien positieve winstverwachtingen hebben en mag hun pay out-ratio niet hoger zijn dan 75%. In juli 2025 voldeden 397 Amerikaanse bedrijven aan deze criteria. Daar zaten echter relatief weinig technologiebedrijven tussen. Microsoft is weliswaar een topfonds, maar de andere Magnificent Seven-bedrijven zijn ondervertegenwoordigd. Hetzelfde geldt voor veel kleinere techbedrijven die geen dividend uitkeren. Het was de laatste 10 jaar dus een index zonder hoogvliegers als Meta, Amazon, Alphabet, Nvidia en Tesla. Minder kwaliteit Grappig genoeg is door die ondervertegenwoordiging van “tech” er ook een ondervertegenwoordiging van wat vaak omschreven wordt als “kwaliteitsbedrijven”. Er wordt dan gekeken naar factoren als winstgevendheid, solvabiliteit, rendement op eigen vermogen en de “moat” (een maatstaf voor de concurrentiekracht op de lange termijn). Minder volatiel Een van de vooroordelen die wel kloppen over dividendgroeifondsen is dat ze defensief zijn met een lage volatiliteit in turbulente jaren als 2022. Ook hier speelt het lage gewicht van technologieaandelen weer een grote rol. Het is overigens de vraag of dat zo blijft, want veel van de megacap-techbedrijven beginnen nu ook dividend uit te keren. Meta en Nvidia zijn goede voorbeelden. Het aandeel van technologie in dividendgroeifondsen is de laatste 10 jaar al opgelopen van ongeveer 12% naar 20%, maar dat zal volgens Lefkovitz ongetwijfeld meer worden als de trend doorzet. Financials Twee andere sectoren van wie het marktaandeel groeit zijn healthcare (Big Pharma) en financiële dienstverlening. Stabiel zijn de zogenoemde nutsbedrijven uit de energie- en grondsstoffensector. Dat zijn aandelen die ook vaak terug te vinden zijn in value-indices. Het marktaandeel van industrie-, consumptie- en retail-bedrijven neemt daarentegen af. Denk in de VS bijvoorbeeld aan bedrijven als Boeing, Procter & Gamble, Home Depot, Coca-Cola en Pepsi. Voordeel lage waardering De laatste jaren hadden de groeidividendaandelen een mindere score op het gebied van kwaliteit en concurrentiekracht. Ze deden het slechter op de beurs. Warom dan toch er in investeren? Lefkovitz ziet wel een paar redenen. Ten eerste wil een mindere kwaliteit nog geen slechte kwaliteit betekenen. Het blijven over het algemeen stabiele bedrijven die zeker in de categorie defensief vallen. Daarnaast zijn ze laag gewaardeerd, wat in tijden van grote volatiliteit absoluut een voordeel kan zijn. De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. . Deel via:
Assetallocatie 12 feb China in het Jaar van het Vuurpaard: geen vuur, wel stabilisatie Fidelity International ziet in het Chinese Jaar van het Vuurpaard, dat op 17 februari begint, een een beleggingsverhaal dat minder spectaculair oogt dan in 2025, maar wel evenwichtiger is. Beleggingsimplicaties?
Assetallocatie 10 feb Winterspelen en beurzen gaan beide voor goud Er blijken volgens obligatiebelegger Gerard Moerman van Aegon AM verrassend veel parallellen tussen de huidige Winterpelen in Milaan en de financiële markten.
Assetallocatie 04 feb Opkomende markten bieden aantrekkelijk instapmoment Ondanks de sterke koersstijgingen in 2025 zijn aandelen uit opkomende markten (EM) nog steeds aanzienlijk ondergewaardeerd. Volgens Stacie Mintz, Head of Quantitative Equity bij PGIM, biedt dit een aantrekkelijk instapmoment. "Na jaren van achterblijvende rendementen ten opzichte van ontwikkelde markten (DM), doen opkomende markten er weer toe."
Assetallocatie 03 feb De zes grijze zwanen van State Street Grijze zwanen zijn onwaarschijnlijke scenario's met een grote beursimpact. De kans is klein maar zeker niet onmogelijk. State Street Investment Management heeft voor dit jaar zes van dit soort scenario's opgesteld met de daarbij behorende beleggingsimplicaties.
Assetallocatie 29 jan Optimix houdt rekening met een tijdelijke correctie van goud en zilver Maar omdat de onderliggende oorzaken voor de prijsstijging van goud en zilver ongewijzigd zijn, houdt Optimix vast aan zijn posities in beide metalen.
Assetallocatie 27 jan Groeimomentum verschuift naar opkomende markten Qian Zhang van vermogensbeheerder Baillie Gifford voorziet een voortzetting van de bullmarkt in opkomende markten: “Sterkere macro-economische fundamenten, een beperkte positionering onder beleggers en de groeiende strategische rol van opkomende markten in technologie, energietransitie en innovatie vormen een solide basis. Dat maakt opkomende markten voor ons aantrekkelijker dan in eerdere cycli.”